Wanneer is een uitnodiging een uitnodiging?

Door Lucas Seuren

duck-rabbitDe misschien wel grootste cliché in communicatieonderzoek is dat vrouwen en mannen anders communiceren en dat dit kan leiden tot verwarring. Ik noem het een cliché omdat het veelal wordt aangenomen, zonder dat er per se bewijs voor is. Maar er zijn situaties waarbij je toch wel gaat denken dat we wat effectiever boodschappen aan elkaar kunnen overbrengen.

Zo zat ik laatst in de zon te genieten van mijn lunch – ik zit in Los Angeles waar het half oktober nog altijd 30 graden is – en een paar meter verderop zat een studente te bellen met een vriendin. Ze vertelde dat haar vriend haar tot waanzin dreef, omdat hij te veel rekening hield met haar. Nou snap ik best dat ieder zijn eigen ding wil doen, dus als je vriend je die ruimte niet geeft is dat vervelend. Maar haar meest urgente klacht was dat vriend was ingegaan op haar voorstel om naar de film te gaan, in plaats van naar zijn werk te gaan.

Dit is denk ik wel het prototype van communicatiestoring. We weten dat als iemand een uitnodiging of een voorstel doet, die persoon graag wil dat je op die uitnodiging ingaat. De uitnodiging heeft zogezegd een preferentie voor aanvaarding. Natuurlijk zijn er situaties waarin je een uitnodiging pro forma doet, waarbij we niet willen dat de uitnodiging aanvaard wordt. Maar in dergelijke situaties maken we vaak op subtiele manier duidelijk dat het een pro forma uitnodiging is.

Maar daar houdt het probleem niet op. De reden dat de vriend de uitnodiging af moest slaan was niet dat de dame geen tijd met hem wil doorbrengen: hij moest zelfstandigheid tonen. Helaas is er geen onderzoek gedaan naar dergelijke uitnodigingen, maar ik vermoed dat de enige manier om zelfstandigheid uit te lokken is een echte uitnodiging te doen: je hoorder bedriegen. Dat wil zeggen, de studente moet een op het oog oprechte uitnodiging hebben gedaan, in de hoop dat haar vriend ofwel door zou hebben dat het geen echte uitnodiging was, of de uitnodiging gewoon zou afwijzen omdat zijn leven niet alleen om haar draait. Maar neem het perspectief van haar vriend: als je vriendin tijd met je door wil brengen, maak je daar tijd voor. Er kan gerust een nog veel sterkere preferentie voor aanvaarding van de uitnodiging zijn dan al het geval is tussen gewone vrienden.
Het lastige met al deze sociale factoren is dat ze zich veelal niet in taal laten zien. De uitnodiging zal op dezelfde manier worden vormgegeven, en je wordt als hoorder volledig aan je lot overgelaten: is het een echte uitnodiging en zo ja, wil dat ook zeggen dat erop ingaan verstandig is?

Dit soort problemen vind je niet alleen in romantische relaties: genoeg uitingen zijn potentieel ambigu. Zo vroeg een collega op een vrijdag of ik plannen had voor het weekend. Ik zag dit als een uitnodiging om kort over mijn plannen te vertellen. Maar wat bleek: ze wilde een etentje met vrienden organiseren en ze wilde slechts checken of ik al plannen had voor het weekend. Toen bleek dat alleen op zaterdag mijn agenda vol zat, kon ze me daadwerkelijk uitnodigen om zondag mee te eten.

In technische termen: ik vatte haar vraag op als een verteluitnodiging terwijl ze een pre-uitnodiging deed, een vraag die controleert of het zin heeft om de uitnodiging daadwerkelijk te doen. En ook hier geldt weer, de vorm van beide taalhandelingen is vrijwel of zelfs geheel identiek; ik als arme hoorder moet op basis van onze sociale relatie en de ad hoc situatie maar uitvogelen welke ze bedoelt.
Dergelijke vragen komen volop voor in onze alledaagse interactie. We vragen vrijwel altijd voor we iemand uitnodigen voor een feest, of voorstellen om naar de film te gaan, of die persoon vanavond/straks/dit weekend plannen heeft. Je zou kunnen zeggen dat we een interactioneel fundament leggen voor de uitnodiging die gaat volgen. En dergelijke pre-sequenties om een technische term te gebruiken, beperken zich zeker niet tot uitnodigingen: in 1976 liet de sociologe Alene Terasaki al zien dat voor mensen nieuws vertellen, ze aankondigen dat ze nieuws gaan vertellen. Soms geven ze daarbij een hint van het nieuws dat gaat volgen, maar soms maken sprekers slechts duidelijk dat ze nieuws te vertellen hebben. Zie bijvoorbeeld de volgende, Engelstalige, voorbeelden verzameld door Emanuel Schegloff (2007):

(1)
Ben: Hey I got something that’s wild.
Bil: What?

(2)
Fay: Did you hear about the pottery and lead poisoning?
Lor: Yeah Ethie was just telling us.

In het eerste dialoogje laat Ben alleen zien dat hij iets bijzonders te vertellen heeft; hij checkt dus niet of Bill het al weet. In het tweede voorbeeld checkt Fay of Lor het nieuws over de loodvergiftiging al weet. Dat blijkt verstandig, want Lor weet het al. Fay laat dus zien dat ze liever geen nieuws vertelt als Lor het al weet. In beide gevallen is de vraag bedoeld als een pre: het doel van de spreker is om nieuws te vertellen en de vraag is daaraan ondergeschikt.

De vraag die ik in de titel stel is dus lastig te beantwoorden. Aan de taalkundige vorm van een uiting kunnen we lang niet altijd zien wat voor taalhandeling het is. We gokken in zekere zin, en reageren in de veronderstelling dat we goed gokken. Veelal gokken we gelukkig ook goed; hoe complex sociale relaties ook moge zijn, communicatie is zo’n fundamenteel onderdeel van ons dagelijks leven, dat we veelal prima snappen wat onze gesprekspartner bedoelt. Maar soms hebben we het fout, en als onze gesprekspartner ons opzettelijk aan het bedriegen is, tsja, dan is het einde zoek.