De functies van verhalen

Door Marc van Oostendorp

14317435_10154582830997783_5784749945675557320_n
Foto: Femke Niehof, Meertens Instituut

Als ik niet kan slapen, ga ik soms de functies van taal tellen. Communiceren. Denken. Andere mensen uitlachen om spelfouten. Je eigen identiteit opbouwen. Laten zien hoe slim je wel bent. Ongemakkelijke stiltes vullen. Mensen in de echt verbinden. De lijst is eindeloos, of in ieder geval heb ik het einde nog nooit gehaald, hoe lang de nacht ook was.  Het lijkt me de moeite waard om eens overdag een serieuze classificatie van functies te maken, een update van het klassieke werk van Jakobson.

Tijdens de interessante oratie die mijn Meertens-collega Theo Meder gisteren in Groningen hield < hier>, besprak hij op zeker moment ook de functies die verhalen volgens hem hebben, en waarmee hij de traditionele ideeën over dit onderwerp (‘lering ende vermaak’) wil uitbreiden:

  1. Bonding. Meder: “De sociale groep wordt gevormd en het saamhorigheidsgevoel versterkt door het verhalen vertellen in gezelschap.”
  2. Lering “Kennis van de wereld en van de mensen.”
  3. Ethiek. “Menig verhaal draagt – al dan niet tussen de regels door – uit wat de morele en religieuze waarden van een groep of een samenleving zijn..”
  4. Vermaak. “Het verhaal als escape.”
  5. Katharsis. “Het verhaal kan fungeren als emotionele uitlaatklep, uitmondend in een religieuze katharsis.”

Als taalkundige valt mij dan op dat bijna al die genoemde functies óók functies van taal zijn, los van het verhaal. De Amerikaanse pyscholoog Michael Tomasello wijst bijvoorbeeld shared attention aan als mogelijk dé evolutionaire basis van menselijke taal, en dat ligt heel dicht in de buurt van Theo’s bonding. Lering en vermaak kunnen individuele zinnen net zo goed bieden (‘de temperatuur is gestegen’, ‘doebiedoebiedoe’) als een heel verhaal. Je zou dus kunnen zeggen dat deze functies van verhalen zijn afgeleid van het feit dat verhalen nu eenmaal traditioneel van taal zijn gemaakt. (En tegenwoordig ook van bewegend beeld, maar dat terzijde.)

Extra structuur

Iets ingewikkelder ligt het misschien bij ethiek, maar dat lijkt mij eigenlijk een bijzonder geval van lering (dat ook traditioneel onder die term viel): je leert niet hoe de wereld in elkaar zit, maar hoe deze in elkaar moet zitten; maar een moreel systeem is zelf ook onderdeel van de wereld of van de mensen, en dus leer je uiteindelijk wel degelijk iets over die zaken als je een morele les leert. In die zin is ‘ethiek’ dus geen rechtstreekse functie van verhalen, en in ieder geval niet van taal.

Katharsis, dat lijkt me nu wel echt iets waar je een verhaal voor nodig hebt. Je kunt met verhaalloze taal natuurlijk ook gevoelens uiten of afreageren (‘wel verdorie!’, ‘naarling!’), maar voor de specifieke katharsis heb je de macrostructuur van het verhaal nodig. Althans, Theo gaf geen duidelijke definitie van een ‘verhaal’ (hij rekent er ook tweets toe, en dat zou ik niet zo snel doen), maar ik zou zeggen dat een verhaal moet bestaan uit minstens twee gebeurtenissen, die in een (oorzakelijk) verband met elkaar staan. ‘Jan valt van het dak’ lijkt me geen verhaal, ‘Jan valt van het dak en verplettert zijn geliefde die daar toevallig zit’ wel. Niet iedere taaluiting is dan een verhaal, en die extra structuur (verbanden tussen gebeurtenissen) heb je nodig voor katharsis.

Veel te vroeg

Zo kom je vanzelf op een functie die Theo gisteren niet noemde. Sommige aspecten van de werkelijkheid bestaan alleen bij gratie van een verhaal. Dat geldt bijvoorbeeld voor het begin van het heelal, of het leven op aarde. We hebben daar, zeker individueel, geen enkele directe toegang toe. Wat we erover weten of denken te weten heeft altijd de vorm van een verhaal (‘In den beginne’, de oerknal). Dat is let wel iets anders dan wat Theo ‘lering’ noemt, want dat gaat over zaken die ook zonder een verhaal zouden bestaan (uit Roodkapje kun je leren dat wolven vraatzuchtig zijn, maar dat feit bestaat ook zonder Roodkapje.)

Of neem mythen. In ieder geval voor degenen die erin geloven voegen die iets toe aan de werkelijkheid. En zelfs voor wie er niet in gelooft is dat te geval; ik denk bijvoorbeeld dat het te simpel is om te zeggen dat de functie van Nooit meer slapen ‘vermaak’ is, ontsnappen aan het alledaagse, zoals Theo lijkt te veronderstellen. Het is een toevoeging van een nieuwe dimensie, iets dat zonder dat verhaal niet zou bestaan.

Maar nou zit ik a;weer functies te bedenken. En het is veel te vroeg om te slapen!

De Ukrant publiceert een uitgebreid gesprek met professor Meder.