Na en naar

Door Marc van Oostendorp

In dit zondagochtendminicollege bespreek ik het verschil tussen de voorzetsels na en naar: waar komt het vandaan? En hoe zit het in de Nederlandse dialecten?

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in video, vlog met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

7 Responses to Na en naar

  1. Klaas schreef:

    Beste Marc, ik begrijp die dialectkaartjes niet zo goed: ik zie op elke kaart maar één symbooltje waar ik er twee (voor “na” en voor “naar”) verwacht. Dus hoe kom je bijvoorbeeld aan die 50-50 die je noemt? Een “leeg” stukje kaart lijkt me niet interpreteerbaar (“andere mogelijkheid” of “geen meting”?)

    • Ja, dat is wel een goed punt. Ik ben er zo gewend aan die kaartjes te lezen dat ik als het ware in mijn hoofd de ontbrekende gegevens meteen voor me zie. Maar dat kan ik natuurlijk niet van iedere willekeurige kijker verwachten. Hmmmmm…. eens zien wat ik eraan kan doen.

  2. Ludo Permentier schreef:

    In het dialect van mijn geboortedorp (Bornem, provincie Antwerpen) wordt de r van nor (‘naar’)gebruikt om fonologische redenen, namelijk vóór een klinker. We zeggen ‘ik gon no den bakker’ en ‘ik gon nor em’. Als je nu vraagt aan een Bornemnaar hoe hij zegt; ‘ze trekt het naar haar’, dan zal hij antwoorden: ‘ze trekt et nor eul’. Maar dat is niet omdat hij aan ‘nor’ een andere betekenis toekent dan aan ‘no’.

    • Dank je wel, Ludo! Dat is heel waardevolle informatie. Het is heel logisch dat een dergelijk systeem zou ontstaan, en ik heb er een tijdje geleden ook vergeefs naar gezocht. Interessant dat het toch blijkt te bestaan. Hoe zit het aan het eind van een zin (‘Ik verlang ernaar’)?

      • Ludo Permentier schreef:

        ‘Ik vroag doanoa.’ Je hoort duidelijk een verlenging. Merk op dat ook ‘doa’ geen r heeft. Ook daar is de r een overgangsklank: ‘ik lèèf doamee’ maar ‘ik lèèf doarin.’

        • Interessant weer, dank je wel. Ik vroeg ernaar omdat dit natuurlijk een soort liaison-verschijnsel is (de slot-t van petit komt in het Frans ook naar boven in petit ami, maar niet in petit camerade; en ook meestal niet aan het eind, zoals in il est petit; al zijn er ook uitzonderingen op (dix).)

  3. Marcel Plaatsman schreef:

    Die liason-r van het Bornems is erg interessant. Zo’n liaison is natuurlijk ook bekend van de -n- (“we hebbe geluk”, maar: “we hebbe-n-em gezien”) en daarbij kan die tussen-n ook spontaan, naar analogie, opduiken: “hij zoende-n-em”. In het Engels kan dat ook met de -r-, die in veel soorten Engels aan het einde van woorden wegvalt, maar in verbindingen terugkomt terugkomt en op die manier ook in “law-r-and-order”, dus abusievelijk. Zijn zulke -r-en in het Bornems ook denkbaar?

Reacties zijn gesloten.