Reactie bestuur Internatione Vereniging Neerlandistiek op visitatierapport over Taalunie

Door Henriette Louwerse
Voorzitter IVN

Zo vlak voor de zomer wil het bestuur van de IVN nog even kort reageren op het Taalunie visitatierapport ‘Meer samenwerken, minder toeteren’ en de beleidsreactie van het Comité van Ministers van afgelopen 7 juli.

Rapporten en beleidsreactie

De conclusies van het visitatierapport komen grotendeels overeen met die van het AFO-rapport: de communicatie van het Algemeen Secretariaat van de Taalunie was vaak onhandig en soms ongevoelig; de rol van de Taalunie is onduidelijk (beleid adviseren, maken of uitvoeren?); de strategische en beleidsplannen zijn te weinig concreet; de financiële verslaglegging is niet transparant; de Taalunie is te veel met de eigen organisatie bezig en luistert te weinig naar het veld. Het visitatierapport stelt hard dat ‘het bij het Algemeen Secretariaat lijkt te ontbreken aan urgentie, daadkracht en prioritering’ (p. 19).

In de beleidsreactie kondigt het Comité van Ministers ‘een nieuwe fase’ aan voor de hervormde Taalunie. Sleutelwoorden zijn daarbij ‘communicatie, transparantie, dienstbaarheid en soberheid’. Maar het gaat uitdrukkelijk om meer dan vorm alleen: het CvM constateert ook dat ‘de inhoudelijke aanpak van de Taalunie’ beter moet.

Nieuwe plannen

De IVN heeft het afgelopen jaar in sommige opzichten naast de Taalunie maar toch ook vooral tegenover de Taalunie gestaan. Dat heeft ons veel tijd en energie gekost. En dat terwijl we al heel hard werken voor ons geld: met onze drie publicaties, de website, de communicatie met de leden, en de planning voor het colloquium 2018 hebben we de handen vol. De afgelopen maanden kwam daar ook nog de verhuizing van het kantoor bij en de ontwikkeling van de nieuwe website en het administratiesysteem. We bereiken veel, maar hebben nog veel meer plannen en ambities. Zo denken we momenteel na over een MOOC gericht op de internationale neerlandistiek; over hoe we onze leden gerichter en doelmatiger kunnen steunen; hoe we de Nederlandse en Vlaamse politiek beter kunnen overtuigen van het grote belang van de internationale neerlandistiek.

Wij moeten constateren dat we de afgelopen periode onvoldoende zijn toegekomen aan het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. Te veel tijd en te veel energie is opgeslokt door de perikelen rond de Taalunie. Ook wij hebben behoefte aan een nieuwe fase.

Taalunie aan zet

Na het AFO-rapport, het visitatierapport en de reactie van het Comité van Ministers is het functioneren van de Taalunie wat ons betreft voldoende in kaart gebracht. De IVN heeft voor verschillende commissies en panels moeten uitleggen hoe wij het belang en de rol en het Taalunie zien. Wij hebben ons vaak kritisch uitgelaten over het functioneren van de Taalunie maar hebben daarbij altijd het grote belang van de Taalunie en de goede samenwerking met individuele medewerkers van de Taalunie onderstreept. Wij denken dat het nu aan de Taalunie is om conclusies te trekken en concreet vorm te geven aan de nieuwe fase. De richtlijnen van het CvM zijn duidelijk genoeg: heldere communicatie, langetermijnafspraken, meer dienstbaarheid aan het veld.

Het is in ieders belang dat de IVN en de Taalunie nu die nieuwe start maken. De IVN wil zich daarvoor inzetten. Op 23 augustus vindt het eerste overleg plaats.