Het zelfgekozen eind van de dichter Johannes van ’t Lindenhout junior (1893-1916)

Door Peter Altena

De ‘groote oorlog’ miste Nederland op een haar, maar de echo’s weerklonken ook hier. Belgische vluchtelingen vonden hun eerste opvang voorbij de grensovergang en uiteindelijk in het hele land. Heel veel volwassen mannen werden gemobiliseerd, naar de forten en grenzen gedirigeerd.

Onder hen ook dichters en beeldend kunstenaars. Eén van hen was Johannes van ’t Lindenhout junior, die al enige jaren veelbelovend was, zich in kringen rond Martinus Nijhoff ophield (of andersom: Nijhoff in zijn kringen!), en gedichten aan Albert Verwey zond. De jonge dichter zag zijn studie in Amsterdam mislukken, maar het dichterschap beloofde hem zoveel meer. Veel gevaarlijker waren de buien van zwaarmoedigheid en levenshaat die hem periodiek troffen.

Eén van die buien werd hem precies een eeuw geleden noodlottig.  Hij diende bij de artillerie in Ierseke, correspondeerde daar met Verwey over de drukproeven van zijn gedichten voor De Beweging en zond zijn zus Coba nieuwe gedichten van ‘Jo’:

Het daglicht slinkt, de schaduwen verflensen,
Reeds brak de ster door, die tot minnen drijft,
Reeds zwerft de schemer aan langs Hollands grenzen
En droomverloren word ik één dier menschen,
Die met het hart gaan, ‘wijl het lichaam blijft’.

Het lichaam bleef! Plotseling was het afgelopen, op 12 juli, zo berichtte de Ierseksche Courant een paar dagen later: ‘Woensdagmiddag maakte een hier gedetacheerde aspirant-vaandrig van de vesting-artillerie in een vlaag van zwaarmoedigheid, zooals hij die wel meer had, een einde aan zijn leven.’

Een schok voor zijn dienstkameraden, zijn vrienden in Amsterdam en zijn familie in Nijmegen, maar in de ‘in memoriams’ is er een opvallend gebrek aan verbazing. In augustus 1918 bezorgde zijn vader een bundel Nagelaten verzen. Decennia later zou Nijhoff zijn gestorven studievriend nog gedenken, waarbij hij het betreurde dat in de postuum verschenen bundel niet het beste van Van ’t Lindenhout was opgenomen, maar veeleer gedichten die een beeld van zijn dichtloopbaan gaven.

In 1995 verscheen bij boekhandel Roelants in Nijmegen een herdruk van de Nagelaten verzen, door mij uitgeleid. Een bestseller werd het boekje niet, boekhandel Roelants bezit nog een tiental exemplaren van de dichter die honderd jaar geleden uit de oorlog en het leven stapte. In het Letterkundig Museum bevindt zich een doos met ongeïnventariseerde stapels documenten over het leven en werk van de dichter.

Dit bericht is geplaatst in column, In memoriam met de tags , . Bookmark de permalink.