In war zonder lidwoord

Door Marc van Oostendorp

indeputHoe lang zullen krantenkoppen nog een herkenbaar genre vormen? Voor koppen boven online-artikelen gelden niet per se dezelfde eisen. Zo moesten koppen vroeger kort zijn, of preciezer nog: een lengte hebben die grafisch goed paste boven het artikel (en meestal was dat betrekkelijk kort).

Een koppenmaker liet daarom lidwoorden en bezittelijk voornaamwoorden weg en schreef Man bijt hond in plaats van Een man bijt zijn hond. Voor online publicaties is dat niet per se nodig, en toch vind je op nieuwssites toch nog koppen als Neergeschoten man in Leiden overleefde eerdere moordpogingDat is best lang en toch ontbreken de en een.

Hoe zit dat?Kennelijk zijn de genre-eisen van de kop voldoende ingesleten om lidwoorden weg te laten blijven ook al is er best ruimte voor. Wat zijn die genre-eisen? Het is ook weer niet per se zo dat iedere kop weggelaten wordt. Daarover gaat een artikel van de Leuvense onderzoekers Albert Oosterhof en Gudrun Rawoens in het nieuwe nummer van TNTL.

Oosterhof en Rawoens hebben in een groot aantal (papieren) kranten van het begin van dit decennium geteld hoe vaak er lidwoorden werden weggelaten, en op welke plaatsen dat gebeurde. Ze komen zo tot een aantal interessante observaties. Een ervan is dat het lidwoord relatief zelden verdwijnt in idiomatische constructies:

  • Sherlock Holmes in (de) war in Londense metro.

Je kunt dat ook wel navoelen: een kop waarin het tussen haakjes geplaatste de zou worden weggelaten, zou inderdaad een beetje vreemd klinken, terwijl je het de voor Londense bij wijze van spreken niet mist. Heel vreemd zou het volgende staan, waarin je het verkeerde de weglaat.

  • Sherlock Homes in war in de Londense metro.

Dat dit verschil er is, is op zich genomen niet vreemd, zeggen Oosterhof en Rawoens. Je kunt je voorstellen dat de idiomatische uitdrukking in de war als geheel in je hoofd zit, en dat je het lidwoord daar niet even zomaar tussenuit bikt; terwijl je in de Londense metro als het ware ter plekke moet maken, en dan het lidwoord ook wel even kunt overslaan.

Dat verschil laat overigens ook zien dat het weglaten niet willekeurig is en dat het ook echt niet alleen maar om ‘verkorten’ te doen is. Je kunt dat mooi zien als je letterlijke en niet-letterlijke betekenissen van uitdrukkingen vergelijkt in de volgende krantenkoppen (in het echt gevonden door Oosterhof en Rawoens):

  • De Boer laat zich niet in de put praten. [figuurlijk]
  • Dronken chauffeur belandt in put wegenwerken. [letterlijk]
  • Brandbrief: verslaafden terug in de goot. [figuurlijk]
  • Gehandicapten vast in goot. [letterlijk]

In de figuurlijke zin betekent de niets en dan laat je hem juist niet weg. Door hem weg te laten, krijg je de letterlijke betekenis, waar de juist wel iets zou betekenen, namelijk iets anders dan een (dat je in die zinnen ook kunt invullen).

Er is dus iets anders dan de hand dan het weglaten van betekenisloze elementen. Misschien, zeggen Oosterhof en Rawoens in navolging van Joop van der Horst, wordt er in het Nederlands in het algemeen wel aan lidwoorden geknabbeld en blijven ze uiteindelijk alleen in staande uitdrukkingen over – net als de naamvallen van te gelegener tijd en ten enen male. Uiteindelijk spreken we dan allemaal in krantenkoppen, en vormen die dus geen herkenbaar genre meer.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.