Een boze Daan Roosegaarde

Door Marc van Oostendorp


Wat Het Parool onlangs leuk vond op de tv: dat er ‘een boze Daan Roosegaarde’ op te zien was. Een intrigerende vraag is: wat doet dat lidwoord een daar? Bij eigennamen gebruik je meestal geen lidwoord, of omgekeerd gezegd, in een normale constructie neemt een een individu uit een groep: een boze ontwerper is een voorbeeld uit een enorme groep ontwerpers, en wel een die boos is. Maar er is in dit geval maar één Daan Roosegaarde.

 In de onlangs verschenen bundel Linguistics in the Netherlands 2015 gaan de Nijmeegse onderzoekers Helen de Hoop en Erica Kemperman in op enkele kwesties rondom dat vreemde lidwoord. Met name bespreken zij de keuze tussen de en een:

  • Een boze Daan Roosegaarde nam een plaspauze.
  • De boze Daan Roosegaarde nam een plaspauze.
Je vindt allebei die constructies wel, maar de eerste komt vaker voor dan de tweede.
Dat heeft iets te maken met het bijvoeglijk naamwoord. Bij geblesseerd zijn de verhoudingen andersom: de komt vaker voor dan een.
  • Vossen speelt in plaats van de geblesseerde Barda.
  • Davenport had weinig moeite met een geblesseerde Venus Williams.
Ik vind het moeilijk om het verschil aan te voelen, maar ook in een experiment waarin mensen dit soort zinnen kregen met stippeltjes waar ze het ‘beste’ lidwoord moesten invullen, kwamen ze in meerderheid uit op een bij boos (of geïrriteerd) en de bij geblesseerd.

Wat is het verschil? De Hoop en Kemperman denken dat het iets te maken heeft met een verschil in betekenis: boos ben je over het algemeen maar even, terwijl geblesseerdheid zich over een langere periode uitstrekt. 
Er is wat dat betreft nog een derde soort bijvoeglijk naamwoord – een die een eigenschap aan een individu toekent dat permanent is. Intellligent bijvoorbeeld. Bij dat soort bijvoeglijk naamwoorden is er dan weer een duidelijke voorkeur voor de, die ik ook wel kan navoelen:
  • De openingstoespraak werd gehouden door de intelligente José van Dijk.
  • De openingstoespraak werd gehouden door een intelligente José van Dijk.
De eerste zin is wat ik normaliter zou schrijven. De tweede zin kan grammaticaal gezien net zo goed, maar gebruik je in wat specifiekere omstandigheden namelijk als je wil benadrukken José zich op de avond dat ze die toespraak hield heel intelligent betoonde.