Bestaat er zoiets als de meest efficiënte taal en zo ja welke?

Onverwachte vragen in de wetenschapsagenda (12)

Door Marc van Oostendorp

Kun je talen met elkaar vergelijken? En nog belangrijker kun je ze dan op een ranglijst plaatsen? Het is in ieder geval iets dat mensen graag doen. Ze vragen dan: is het Nederlands een moeilijke taal? Wat is de mooiste taal die u kent? En raken danig sip wanneer je ze het enig juiste antwoord geeft: dat hangt er maar vanaf.

Het Nederlands is een uiterst moeilijke en lelijke taal voor een niet zo snuggere Chinees die geen enkel nut ziet in het leren van die taal, en heel makkelijk en schoon voor een taalgevoelige Duitse jongeling die verliefd is op een eentalig meisje uit Arnhem. Wie er gelijk heeft valt bij de huidige stand van de wetenschap niet uit te maken.

In de hoorn des interrogatieven overvloeds die de wetenschapsagenda is, vinden we dan weer een heel andere vraag over de ordening der talen:

Het probleem bij het beantwoorden van deze vraag lijkt mij: niemand spreekt voldoende talen om hier iets over te kunnen zeggen.
Of althans, op zich is het natuurlijk genoeg om een heleboel mensen te nemen die allemaal tweetalig zijn, maar dan in steeds andere paren van talen. Door bij ieder van die mensen na te gaan in welke taal ze zich het efficiëntst uitdrukken zou je een en ander kunnen toetsen.
Je moet dan natuurlijk wel een definitie van efficiënt vinden, maar daar kom je wel uit. Je kunt een soort gebruikerstevredenheidsonderzoek doen – wat vinden de tweetaligen zelf – of je kunt meten hoe goed de toehoorders de de boodschap begrijpen, of je kunt iets naar eigen inzicht gaan meten.
Het probleem blijft: die polyglotten moeten wel helemaal gebalanceerd tweetalig zijn. Ze moeten allebei de talen precies even goed beheersen, en in alle mogelijke omstandigheden. Dat nu komt eigenlijk niet voor. Een kind gebruikt bijvoorbeeld thuis wel allebei de talen, maar spreekt meestal A met de vader en B met de moeder. Of iedereen gebruikte beide talen thuis, maar op school werd alleen B gebruikt. Een bruikbare tweetalige is kortom opgegroeid in een omgeving die zelf homogeen tweetalig is en waar iedereen allebei de talen in alle omstandigheden gebruikt. Zo’n omgeving is er niet: er is altijd wel op zijn minst een sociaal verschil tussen de twee talen.
Nu zouden we bij de European Research Council kunnen vragen om enkele miljarden om een dergelijke samenleving in te richten ten behoeve van de wetenschap, maar met één tweetalig dorp hebben we pas twee talen gerangschikt en er zijn er zesduizend op de wereld. Ik vrees, kortom, dat we het nooit zullen weten.