De biefstukken zijn voor de helft voor driekwart gaar

Door Marc van Oostendorp


Stel dat iemand je vertelt dat ‘de biefstukken voor de helft gaar’ zijn, dan weet je nog steeds niet veel. Althans, de zin kan minstens twee dingen betekenen: we hebben laten we zeggen 10 biefstukken, en daarvan is de helft gaar. Of alle tien biefstukken hebben de helft van de tijd in de pan gezeten die nodig zou zijn om echt gaar te zijn.

Toegegeven, het is het soort problemen waar je meestal best mee kunt leven; maar in een nieuw verschenen manuscript laten de taalkundigen Laura Aldridge en Ad Neeleman zien dat er ook een aardige puzzel mee is. Neem bijvoorbeeld de zinsnede (A&N; geven hun voorbeelden in het Engels, maar je kunt ze makkelijk vertalen):

  • De biefstukken zijn voor de helft voor driekwart gaar.
Je zou kunnen denken dat die zin twee dingen betekent: drie kwart van de biefstukken zijn allemaal halfgaar. Of de helft van de biefstukken is allemaal voor drie kwart gebakken. Ik denk dat voor iedereen die dit leest hetzelfde geldt: de zin betekent alleen maar het tweede. 
Hoe kan je dat weten? Wie leest of hoort er ooit zo’n rare zin? Jullie zullen er toch denk ik nu pas voor het eerst van je leven mee geconfronteerd worden. En toch heb je dat idee. 
Aldridge en Neeleman gaan nog verder.
Je kunt namelijk ook nog in het enkelvoud zeggen ‘de biefstuk is half gaar’, en dat heeft ook weer twee betekenissen (de biefstuk is niet helemaal doorbakken, of de helft van de biefstuk heeft in de pan gelegen). Nu kun je die betekenissen combineren:
  • De biefstukken zijn voor driekwart voor de helft helemaal gaar.
Het is misschien even puzzelen, maar hier kan maar één betekenis worden gereconstrueerd: men neme driekwart van de biefstukken; ieder van die biefstukken is slechts aan een kant gebakken. Maar die helft is dan ook helemaal gaar.
Je zoemt als het ware van links naar rechts steeds verder in (eerst alle biefstukken, daarna de enkele biefstuk en daarna de kwaliteit van het vlees) en de omgekeerde volgorde is niet mogelijk. Waar dat taalgevoel precies vandaan komt, is niet duidelijk, en Aldridge en Neeleman geven ook niet echt uitsluitsel. 
Wel vind je in hun artikel nog meer interessante voorbeelden. Zoals dat je met enig forceren best voor de helft voor de helft kunt zeggen. Ze bedenken daar vreemd genoeg een heel scenario voor (iets met iemand die de helft van 20 deuren schildert en er dan maar 5 doet), maar met de biefstukken lukt het nog beter:
  • De biefstukken zijn voor de helft voor de helft voor de helft gaar.