Artis als het aards paradijs

Door Marc van Oostendorp


In de discussie over de dieren van Artis van de afgelopen weken heb ik de bijbelse invalshoek gemist. Zoals bekend wil de dierentuin de dieren eigenlijk geen namen meer geven, omdat dit de beesten teveel zou ‘vermenselijken’. De meeste commentatoren op de sociale én de traditionele media gingen daarbij mijns inziens ten onrechte voorbij aan het feit dat het Boek der Boeken al aandacht besteedde aan hoe een en ander toeging in de eerste dierentuin:

“Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zo als Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.” (Genesis 2:19)

Adam is natuurlijk niet de eerste naamgever. God begint, maar bij hem is de relatie tussen naam en ding volgens het bekende verhaal van Genesis 1 een andere: God noemt eerst een woord, bijvoorbeeld ‘Licht’, en creëert daarmee het verschijnsel. Dat woord is er dus of iets eerder of, waarschijnlijker, gelijktijdig, met hetgeen het benoemt. Maar voor de schepselen op aarde geldt dat niet. Die worden eerst geschapen (daar heeft God kennelijk een andere methode voor) en krijgen daarna een naam, van Adam.

Maar nu wil Artis-directeur Haig Balian dus een einde maken aan deze eerbiedwaardige traditie.
Waarom dat precies zo is, wordt overigens niet helemaal duidelijk. Uit een interview met NRC Handelsblad kun je twee argumenten destilleren: door een naam wordt een dier vermenselijkt, en dat moet maar eens afgelopen zijn (‘het gaat over soorten’), en daarnaast is het geven van namen te ‘commercieel’. De vermenselijking is geloof ik het kernargument; de commercialisering is daar alleen maar een versterkende factor in  – vermenselijkte dieren verkopen goed, vraag maar aan Walt Disney.

Aquarium

Eigenaardig genoeg blijkt uit het interview dat de dieren nog steeds wel namen krijgen, van de verzorgers. Die worden alleen uit opvoedkundige motieven niet meer medegedeeld aan de bezoekers. Die  moeten namelijk geen individuen zien, dat is veel te menselijk, maar vertegenwoordigers van soorten.

Zelfs als je niet in de Bijbel gelooft is het duidelijk dat het geven van namen een tamelijk unieke menselijke eigenschap is. Er is weinig reden om aan te nemen dat giraffen een of andere klank of een gebaar bedenken dat symbool staat voor ieder individu in hun kudde. (Sommige zeezoogdieren lijken dat overigens wel te doen, wat de vraag doet rijzen of de Artis-directeur ook in zijn dolfinarium zal willen ingrijpen.) Bovendien valt er kennelijk ook voor het Artis-personeel niet aan te komen. Het lijkt mij vechten tegen de bierkaai: het geven van namen zit diep verankerd in de menselijke cultuur. (Ik ken iemand die bij wijze van spreken haar pinpas een naam geeft.)

Babyzebra

Datzelfde geldt alleen even goed voor de onderverdeling in ‘soorten’ die de directeur van Artis verkiest. Ik neem aan dat veel gelovigen het verhaal in Genesis 2 zo zullen interpreteren dat Adam bij het aanschouwen van pakweg een koe niet ‘Klara 24’ zei, maar eerder ‘koe’. Maar ook die door de directeur zo graag gewilde onderverdeling in soorten is natuurlijk een menselijke bezigheid. Het is onduidelijk of een giraf bijvoorbeeld wel het onderscheid weet tussen een chimpanzee en een bonobo, en over individuele apen of zelfs giraffen denkt als vertegenwoordigers van soorten. Het komt op mij in ieder geval voor dat zo’n giraf hooguit een verschil maakt tussen potentiële roofdieren, eetbare planten en andere wezens, maar zich niet verder voor classificatie interesseert.

En eigenlijk zit in ieder praten over dieren al vrijwel automatisch iets menselijks. Balian moppert dan ook in het interview: “Er waren onze persberichten met „babyzebra geboren’. Dat heet een véulen. Door een jong ‘baby’ te noemen dicht je allerlei menselijke eigenschappen en menselijke emoties aan dieren toe. Dat is niet goed, en dat is de kern van wat ik wil veranderen.”

Rooster

Het lijkt mij eigenlijk een beetje hopeloos. Voor ‘baby’ kun je dan misschien in het geval van zebra’s ‘veulen’ invullen, maar hoe doe je dat precies bij apen? Of bij de zebramoeder? Om iets uit te leggen gebruiken mensen nu eenmaal menselijke metaforen (‘deze taal sterft’, ‘deze ster eet een andere ster op’), en dat weerspiegelt weer iets van de beperking van het menselijk brein. We kunnen bij wijze van spreken alleen goed over iets nadenken als we er een mens in zien.

Wat Balian lijkt te willen is dat we naar de dierentuin gaan en de dieren daar ‘echt zien zoals ze zijn’, zwijgend, en zonder dat we er het rooster op leggen dat de taal biedt – zoals Adam in het paradijs. Maar zo werkt de mens nu eenmaal niet, want de mens is een dier met taal, met namen, en hij kan daar niet zomaar omheen kijken. Daar is trouwens misschien ook niet zoveel verkeerd aan. Ik geloof in ieder geval niet dat een zebrababy eronder lijdt dat wij haar geen ‘veulen’ noemen of dat we haar een naam geven.

Op de website van Onze Taal kun je stemmen over de vraag of dieren in de dierentuin een naam moeten krijgen.