De Dikke Van Dale als dichtbundel

Door Marc van Oostendorp


Dat de Nederlandse hoofdredacteur van Van Dale, Ton den Boon, een verwoed lezer is, weten we. Hij schreef eerder over onder ander Kloos, Nijhoff en Lucebert. Dat laat zijn sporen na in de Grote Van Dale (de uitgever zegt tegenwoordig Dikke Van Dale, maar vroeger mocht je dat nooit zeggen van diezelfde uitgever, en nu zit ik aan dat Grote vast, sorry), want bij allerlei trefwoorden worden van oudsher citaten gegeven uit literair werk die het gebruik van het woord op de een of andere manier toelichten.

We kunnen de komende week nog gratis in de nieuwe online editie van de Dikke zoeken, en dat gaan we doen ook! Bijvoorbeeld voor het volgende leuke spel: wie is de belangrijkste auteur volgens Van Dale? Dat zijn niet Vondel en Hooft, al meldt het woordenboek in het lemma klassiek dat zij ‘onze voornaamste klassieken’ zijn: van de eerste worden 10 citaten gebruikt (‘de wereld is een schouwtoneel’) en van de tweede eigenlijk maar één (‘gekast naar de kunst’).

Ook Multatuli (18 citaten,’’t Is on­bil­lijk van een cir­kel, den hoek te ver­wij­ten dat-ie scherp is’) of Bilderdijk (9, ‘Ba­ta­ven, kent uw spraak en heel haar over­vloed’) halen het niet, net zo min trouwens als al te moderne dichters.
De recentste drie Dichters des Vaderlands (Van Wissen, Nasr, Vegter) worden helemaal niet aangehaald. Ilja Pfeijffer haalt er 7 (‘Wie klaar­heid zegt, is klaar met zeg­gen’).

Ook Vlaanderen doet het slecht: Gezelle (11x, ‘Het le­ven is: een krijgs­ba­nier (…) kloek­moe­dig voor­waarts dra­gen!’), Claus (4x, ‘Ve­le klei­ne ver­ster­vin­gen ma­ken een gro­te lief­de’), Elsschot (3x, ‘Vertrouwen wekt vertrouwen’), Lanoye (2x, ;’Een bok­ser telt de sla­gen die hij geeft. Niet de sla­gen die hij krijgt’) en Nolens (10x, ‘Woorden zijn lucht die betekenis krijgt’) zijn de schamele uitzonderingen. Klassiekers als Conscience  hebben geen enkel citaat. Zoals er ook nauwelijks vrouwen vertegenwoordidg zijn (Herzberg heeft er 6, ‘De zee kun je ho­ren met je han­den voor je oren, in een kok­kel, in een mos­terd­pot­je, of aan zee’). Van Dale is de politiek incorrectste bloemlezing van ons taalgebied.

Ik dacht eigenlijk dat Lucebert wel zou winnen, en die torent ook met 24 citaten boven alle genoemde auteurs uit. In de vorige druk waren het er nog 16, nu is daar onder andere ‘Het be­sef / een brood­krui­mel te zijn op de rok van het uni­ver­sum’ bijgekomen. Hij is daarin echter niet de enige: ik vond van Herman de Coninck ook 24 citaten (‘Al wat je doet is cli­ché. Dat ont­dek je niet bij je eer­ste lief­de, maar bij je twee­de echt­schei­ding’). (Ja, De Coninck is een Vlaming.)

De absolute winnaar lijkt mij in deze editie Gerrit Komrij. Hij levert in totaal 28 citaten, waaronder ‘Er klin­ken steeds meer woor­den, maar er wordt steeds min­der mee ge­zegd’; hij is ook van de weinige auteurs aan wie een woord wordt toegeschreven (treurbuis). Tenzij iemand anders een andere geheime liefde van Ton den Boon terugvindt in deze bundel, lijkt Komrij me dus de meestgeciteerde schrijver in deze editie van Van Dale.