Troonrede 2015: inwesteringen

Door Marc van Oostendorp



De journalist Jan Kuitenbrouwer begon erover, gisteren op Twitter, en sindsdien laat het me niet meer los: de uitspraak door onze koning van de [v]. Nog geen twee geleden verscheen er een proefschrift waarin werd aangetoond hoe de uitspraak van de [v] steeds dichter bij die van de [f] komt te liggen (zodat er geen verschil meer is tussen vier en fier), nu merkte Kuitenbrouwer op dat er in de Troonrede af en toe een [v] klinkt die meer klinkt als de [w] in wier:

Als voorbeeld twitterde hij later:

Nu komt de zinsnede ‘omwangrijke inwesteringen’ niet voor in de tekst van de Troonrede – het woord omvangrijk staat er helemaal niet in –, maar wanneer de koning bijvoorbeeld op 6 minuut 22 investeringen zegt, dan hoor je daar duidelijk een w-achtige klank. Een nog duidelijker voorbeeld is te horen in het woord november op 5 minuut 44.

Daar staat overigens tegenover dat hij eigenlijk nóg vaker een [f] zegt in plaats van een [v]. Op 5:33 zegt hij bijvoorbeeld, in mijn oren: ‘Deze in[w]estering in onderwijskwaliteit wordt betaald uit geld dat [f]rijkomt door de in[f]oering [f]an het studie[f]oorschot voor studenten.’

Wat is hier allemaal aan de hand? De uitspraak van de w, de v en de f liggen in het Nederlands heel dicht bij elkaar. Er zijn weinig of geen andere talen die de klanken alle drie hebben: het Duits heeft bijvoorbeeld alleen een f en een klank die een beetje het midden houdt tussen een v en een w (Nederlanders horen die klank als een w en Engelstaligen zijn geneigd hem als een v te horen: Villem Alexander.)

In eerste instantie dacht ik daarom dat het misschien ging om een laatste restantje Duits accent. Van de Koning kun je verder op geen enkele manier horen dat zijn vader Duits is en zijn moeder half-Duits, maar misschien komt het af en toe toch nog naar boven, bijvoorbeeld wanneer hij zoiets plechtigs moet doen als de Troonrede voorlezen – automatisch schiet hij dan misschien in de taal van zijn moeder. In de Kersttoespraak van vorig jaar hoor ik het niet.

Maar er is misschien nog een aanvullende verklaring. Dat is dat de koning verder – en in zijn spontane taalgebruik – geneigd is een [f] te maken van de [v], zoals blijkt uit die zin over het studiefoorschot. Wanneer hij er speciaal op let, en er iets aan probeert te doen, drukt hij zijn [v] soms net iets teveel de andere kant op, en komt uit op een [w]. Als ik het goed hoor, doet hij het ook vooral bij wat plechtige, onalledaagse, uit het Latijn afkomstige, woorden zoals inwestering, innowatief en relewant. Ik hoor het hem niet doen bij van of voor of zelfs bij welvaart; ik vermoed dat hij het dus niet zou doen bij omvangrijk.

De twee verklaringen sluiten elkaar niet uit: hij steunt bij die neiging om [v] en [f] uit elkaar te houden onwillekeurig misschien ook op de uitspraak van zijn moeder, en komt dan uit op iets wat dicht ligt in de buurt van de [w].