Geen 5 minuten praten zonder dat er iemand om opheldering vraagt

Door Marc van Oostendorp

Het is een kenmerk van ieder gesprek tussen twee mensen dat je elkaar niet begrijpt. De ander zegt iets dat je niet verstaat, of dat je niet goed kunt plaatsen, of dat je in totale verwarring brengt; je zet het gesprek even stil om te vragen om opheldering, waarna het gesprek weer voortkan.

Ja, dat is inderdaad een kenmerk van ieder gesprek; dat is nu wetenschappelijk vastgesteld door de Nijmeegse onderzoeker Mark Dingemanse met een hele rits medeonderzoekers. Zij publiceerden er gisteren een artikel over in het online wetenschappelijke tijdschrift PLOS One
Voor dat artikel bestudeerden de onderzoekers opnamen van gesprekken van letterlijk over de hele wereld; de gesprekken werden gevoerd in 12 verschillende talen uit 8 taalfamilies, verspreid over de 5 continenten. En in ieder taal bleek hetzelfde: binnen ongeveer 5 minuten werd een gesprek gegarandeerd een keer onderbroken omdat iemand om opheldering vroeg.

De onderzoekers merkten dat het bovendien in iedere taal en cultuur op dezelfde manier toe lijkt te gaan. In de eerste plaats heeft iedere taal precies drie manieren van om opheldering vragen.

Er is een heel algemene manier, waarmee je eigenlijk alleen communiceert dat er iets is dat je in het voorafgaande niet begrepen hebt, zonder verder in details te treden:
  • We hebben gisteren het nieuwe boek van Brusselmans uit ons hoofd geleerd.
  • Huh?
  • Nou, we hebben gisteren het nieuwe boek van Brusselmans uit ons hoofd geleerd.
De tweede mogelijkheid is iets specifieker; je bevraagt specifiek wat je niet hebt begrepen:
  • We hebben gisteren het nieuwe boek van Brusselmans uit ons hoofd geleerd.
  • Wát heb je gisteren uit je hoofd geleerd?
  • Nou, het nieuwe boek van Brusselmans.
En de derde mogelijkheid is de meest specifieke: je herhaalt in vragende zin het stukje waarvan je niet zeker weet of je het wel goed hebt gehoord.
  • We hebben gisteren het nieuwe boek van Brusselmans uit ons hoofd geleerd.
  • Jullie hebben gisteren het nieuwe boek van Brusselmans uit je hoofd geleerd?
  • Nou, ja.
Alle talen beschikken, zeggen de onderzoekers, kennelijk over de middelen om ieder van dit soort reparaties te vragen. Bovendien hebben alle mensen de neiging om als het even kan een zo specifiek mogelijke vraag te stellen, zodat de ‘kosten’ zoveel mogelijk bij de vragensteller liggen en niet bij de spreker. Als ik onderbreek door huh? te zeggen, uit ik zelf maar één lettergreep, maar mijn gesprekspartner moet het hele verhaal opnieuw houden. Als ik daarentegen zelf dat hele stuk ga herhalen, hoeft de spreker alleen ‘nou, ja’ te zeggen.
Kennelijk geven we wereldwijd aan dat laatste de voorkeur, en kiezen alleen voor huh als we er echt niets van begrepen hebben. Kennelijk zijn er impliciete regels aan het menselijke gesprek die voor iedereen, over de hele wereld, hetzelfde zijn. De basis van de menselijke interactie is kennelijk niet aan variatie onderhevig.