Vwo-eindexamen 2015: een samenraapsel is rommelig

Door Marc van Oostendorp


Misschien komt het doordat ik de afgelopen jaren gewend ben aan de gedachtekronkels van de examenmakers; maar ik vond het vwo-eindexamen van vanmiddag <hier> van dit jaar niet zo slecht en trouwens ook niet zo moeilijk – misschien zelfs iets té eenvoudig.

Ik hoop in ieder geval dat de eerstejaars van na de zomer wel iets meer kunnen behappen dan een blog van Govert Schilling over zijn tripje naar de Zuidpool

Maar enfin. De kwaliteit van de vragen lijkt me een stuk verbeterd in vergelijking met een paar jaar geleden. Zulke evidente voorbeelden van meerkeuzevragen waar alle antwoorden goed kunnen worden gerekend of juist fout, heb ik niet gevonden. Het lijkt mij dat je als intelligente vwo’er de toets niet alleen goed moet kunnen doen, maar dat je zelfs bij een voldoende hebt laten zien dat je de voorgeschotelde teksten begrepen hebt.

Al blijven er rare dingen.
Met name blijft het wringen dat er dingen als meerkeuzevraag gesteld worden, zodat de suggestie wordt gewekt dat er één objectief goede manier is van lezen van een tekst.

In zijn blog beschrijft Schilling een wetenschappelijke nederzetting, McTown, als “een schoolvoorbeeld van een grote wetenschappelijke basis in een onherbergzame omgeving: een samenraapsel van containerachtige gebouwen, loodsen, brandstoftanks en barakken – en een klein kerkje, de ‘Chapel of Snows’, met een gebrandschilderd raam dat uitzicht biedt op Mount Cook.”

De vraag hierbij is  “met welk woord kan de aanblik van McTown het beste worden gekarakteriseerd?” Met als mogelijke antwoorden: “A campusachtig, B industrieel, C ouderwets, D rommelig”. Het juiste antwoord is hier D, en dat is ook het antwoord dat ik in de context van een examen zou kiezen. Het punt is echter dat je voor de antwoorden A, B en C ook best argumenten zou kunnen aandragen en dat moeilijk is te bewijzen waarom die antwoorden niet goed zijn. Een originele geest zou juist misschien aan die antwoorden denken. En waarom is dat fout?

Ik ken mijn pappenheimers, en weet inmiddels het antwoord. Omdat in deze alinea een ‘signaalwoord’ staat dat op rommeligheid wijst (namelijk samenraapsel), terwijl zulke ‘signaalwoorden’ ontbreken voor de andere antwoorden. Maar met echt lezen of argumenteren heeft dat zoeken naar ‘signaalwoorden’ weinig te maken.

Ik moet, kortom, toegeven dat het eindexamen een stuk verbeterd is in de afgelopen jaren. Binnen de beperkingen die de wet en allerlei andere voorschriften opleggen, is dit een heel redelijk examen. Tegelijkertijd kun je je afvragen of de wet en de voorschriften niet te dwingend zijn. Wanneer zulke zaken in centraal eindexamens alleen in meerkeuzevragen of gesloten open vragen gesteld kunnen worden, moeten we dan wel doorgaan met die centrale eindexamens?