IJsberen in het Engels en het Nederlands

Door Marc van Oostendorp


Let’s do an experiment. Please watch the following video and describe in one sentence what you see:


Yes, that’s right: this polar bear is walking.

Ach, wat dom van mij! Dit is een Nederlandstalig weblog, natuurlijk. Opnieuw! Kunnen jullie nog eens naar de video hierboven kijken en me vertellen wat er gebeurt?

Natuurlijk: de ijsbeer loopt eerst naar het hekje en dan loopt hij weer terug.

Antwoorden

Het is een al bekend verschil tussen talen als het Nederlands en talen als het Engels: in talen van de eerste categorie ben je meer geneigd om bij een beweging het eindpunt te noemen dan in talen van de tweede categorie. Dat blijkt dus uit dit soort experimenten, die door (taal)psychologen al tijdenlang worden uitgevoerd.

De belangrijke vraag daarbij is: zien Engelstaligen zo’n filmpje dan ook anders dan Nederlandstaligen, of vormen ze hun zinnen ook echt anders?

Een verkeerde manier om dat te onderzoeken is: daarover vragen stellen aan die Nederlands- en Engelstaligen. Ze kunnen dan alleen maar antwoorden, en als ze antwoorden gebruiken ze taal, en de vraag is nu juist of ze de dingen ook anders zien wanneer ze geen taal gebruiken.

Auto

In nieuw onderzoek gebruiken de Britse onderzoeker Panos Athanasopoulos daarom een andere techniek. Ze laten mensen filmpjes zien waarin iemand loopt naar een auto en daar aankomt en iemand bijvoorbeeld alleen in de richting van een verderop staande auto loopt. En dan vragen ze die mensen of ze vinden dat die filmpjes op elkaar lijken.

Op die vraag hoeven die mensen alleen yes of no te zeggen, of ja of nee (eigenlijk nein, want het Nederlandse dialect dat Athanasopoulos koos was het Duits, maar dat doet er niet toe); ze hoeven geen zin te formuleren, ze hoeven op geen enkele manier te beschrijven wat ze doen. En toch bleken mensen die Engels spreken bij die toets minder te letten op de vraag of iemand ergens naartoe liep dan mensen die Duits spreken.

Setting

De in dit artikel onderzochte personen waren allemaal tweetalig: ze spraken zowel Engels als Duits. Alleen was de setting anders. Sommige werden in het Engels begroet en geïnterviewd en anderen in het Duits. Die setting maakte dus het verschil.

Het effect deed zich zelfs voor wanneer mensen werd gevraagd tijdens het kijken naar de clip in de andere taal dan waarin ze praatten tot tien te tellen (de clips duurden zeven seconden). Wie in het Duits telde werd daardoor net iets meer aangetrokken tot het eindpunt van de beweging dan wie dat in het Engels deed.

Tellen

Dat zijn interessante resultaten, van een fijn en mooi onderzoek. En toch! Toch weten we eigenlijk nog steeds niet helemaal zeker hoe het nu zit met dat kijken, dat niet-talige kijken. Er werd de proefpersonen namelijk uiteindelijk toch iets gevraagd, namelijk om twee situaties te vergelijken. Misschien begonnen ze op dat moment onbewust de twee filmpjes samen te vatten – in taal. Misschien werd de diffuse manier van niet-talig kijken pas op dat moment specifiek voor de taal waarin ze die formulering maakten. Degenen die in het Duits telden terwijl ze Engels spraken, hadden daarbij net een wat grotere kans die zin (ook) in het Duits te formuleren.

Misschien dat dit onderzoek dus alleen aantoont dat je geneigd bent situaties voor jezelf in je eigen taal samen te vatten. Dat is overigens interessant genoeg – maar het zegt nog steeds niets over hoe je nu eigenlijk denkt voordat je die gedachte begint te formuleren.