De spook-t van Lier

Door Marc van Oostendorp


Een speling van het lot bracht me naar Lier, een charmant stadje in de buurt van Antwerpen en iedere rechtgeaarde taalkundige denkt dan even aan de spook-t van die stad, sinds Didier Goyvaerts daar in 35 jaar geleden een artikel over publiceerde.

In Lier spreken ze, net als in veel andere plaatsen in ons taalgebied de t aan het eind van allerlei woorden niet uit. In plaats van met zeggen ze mè, in plaats van niet zeggen ze nie, in plaats van dat da en wat wa.

Nou goed, kun je zeggen, de tand des tijds heeft daar toegeslagen en de t van het eind van die woorden afgeknabbeld. What else is new. Maar in Lier is nog wel meer aan de hand.

Dat kun je bijvoorbeeld zien aan het woord volk (of vollek, zoals ze zeggen in Lier).
De v aan het begin van dat woord verandert namelijk ineens in een f wanneer het na zo’n woord komt te staan. Je zegt:

  • mè follek
  • da follek
  • wa follek

Wat is hier aan de hand? Dat de v in een f verandert, is op zich niet bijzonder. Hij doet dat ook in andere gevallen, en het dialect van Lier wijkt daarin niet af van andere dialecten. Zo ongeveer overal zeg je:

  • slap follek
  • dik follek
Enzovoort. De reden daarvoor is dat p en k zogeheten stemloze medeklinkers zijn: je laat je stembanden niet trillen bij het uitspreken ervan. Datzelfde geldt voor de f, maar juist niet voor de v – het trillen van de stembanden bij de laatste is juist het enige verschil tussen die twee medeklinkers. In gevallen als slap follek past de v zich dus aan de voorafgaande medeklinker aan, misschien omdat het lastig is twee medeklinkers na elkaar uit te spreken waarvan de ene wel stembandtrilling laat horen en de ander niet.
De medeklinker t is ook stemloos. Wat dat betreft lijkt het er dus op dat de v zich ook in mè follek heeft aangepast – zij het aan een klank die er niet staat. Wanneer je mè feul vollek (met veel volk) zegt, past alleen de v van veul zich aan, omdat die naast de t staat. Die er dus niet is.
Goyvaert toonde dus aan dat er in Lier – net als in veel Brabantse dialecten – een spook-t rondwaart, een klank die je nooit meer hoort, maar die nog wel invloed heeft op zijn buren. Dat artikel van Goyvaert speelde een belangrijke rol in mijn overwegingen om fonoloog te worden, ooit, en ik hoop dat er ooit nog ergens in Lier een klein monumentje komt voor dat spookklankje.