De betekenis van kleine herhalingen

Door Lucas Seuren
Halverwege de jaren 60 deed de Engelse taalfilosoof Paul Grice tijdens de Williams James Lectures aan Harvard zijn ideeën over de relatie tussen taal en logica uit de doeken. Hierin stelde hij onder andere dat mensen in hun taalgebruik zo beknopt mogelijk zijn. In de gesprekken die we van dag tot dag voeren wijken we continu af van dat maxime, maar die afwijkingen zijn volgens Grice altijd betekenisvol. Denk bijvoorbeeld aan herhaling. Ondanks dat puur inhoudelijk een herhaling geen nieuwe informatie in het gesprek brengt, herhalen sprekers zichzelf regelmatig. En dat doen ze niet voor niets: elke vorm van zelfherhaling heeft een bepaalde betekenis.
Een regelmatige voorkomende vorm van zelfherhaling is in 2004 beschreven voor de Amerikaanse sociologe/taalkundige Tanya Stivers. Zij liet zien dat sprekers van het Engels, en een aantal andere talen, regelmatig hun respons herhalen om te laten zien dat het project waar de andere spreker mee bezig is ongepast is. Dit ziet er dan bijvoorbeeld als volgt uit.

Kim: You might lose her?
Mark: No no no. We won’t lose her. She’s gonna quit
.

Mark beantwoordt de vraag van Kim door drie keer snel achter elkaar no te zeggen. Deze drie no’s hebben bovendien maar één intonatiecontour, dat wil zeggen dat er maar op een van de drie een prosodisch accent ligt. Dat is een belangrijk kenmerk, want sprekers kunnen no ook herhalen waarbij elke no zijn eigen accent heeft, maar dat heeft een geheel andere betekenis. Het soort herhaling dat Mark gebruikt noemt Stivers een ‘multiple saying’ en die wordt gebruikt om te laten zien dat de vraag ongepast was.


In het Nederlands vinden we dergelijke multiple sayings ook vaak terug en daar lijken ze dezelfde functie te hebben:

Pim: Komt je moeder dan ook nog of niet?
Loes: Nee nee nee. Die zit in Italië hè.
Pim: Oh ja.

Het bovenstaande dialoogje laat precies zien wat Stivers in haar artikel bespreekt. Pim stelt een vraag, waarop hij het antwoord behoort te weten. Loes benadrukt dat in haar toelichting met waarna Pim bevestigt dat hij dat wist met oh ja. De herhaling van nee heeft dus betekenis: Loes geeft niet alleen antwoord op de vraag, en ze legt ook niet alleen extra nadruk, ze laat zien dat de vraag ongepast was. 
Het is niet noodzakelijk dat de andere spreker het antwoord al wist of had kunnen weten. Maar in elk geval is het een techniek om duidelijk te maken dat de vraag die is gesteld ongepast was:

Lisa: Ben je hard aan het leren of niet.
Floor: Ja, ik heb zo college. Maar ik moet nog even voorbereiden.
Lisa: Hoezo? Heb je een tentamen dan?
Floor: Nee nee nee. Gewoon werkgroep voorbereiden.
Daph: Moest jij wel naar school dan?
Natal: Nee nee nee. Ik was vandaag vrij. 
Moest wel een opdracht maken.

Dit soort multiple sayings in het Nederlands heeft twee interessante kenmerken: ten eerste gaat het altijd om exact drie responsepartikels, ja of nee; en ten tweede wordt er altijd prosodisch nadruk gelegd op de eerste van de drie. Dat tweede kan op een aantal manieren gedaan worden: de klinker kan langer worden vastgehouden, de toon kan eerst toenemen voor die afneemt op de andere twee partikels, en/of het eerste partikel wordt luider uitgesproken. Een mogelijke reden om het eerste partikel zo belangrijk te maken, is dat op die manier alles in één intonatiecontour past. Maar het kan ook dat de eerste als directe reactie dient op de vraag, waarna de rest er achter komt.

Maar multiple sayings zoals deze zijn niet alleen voorbehouden aan reacties op vragen. Ook na bijvoorbeeld een verzoek kunnen ze ingezet worden om te laten zien dat het verzoek niet nodig was:

Daph: Laat het dan in ieder geval weten als je,
als je iets hebt in gedachte of zo.
Wat ik dan eh moet doorgeven.
Natal: Ja ja ja. Ik laat je gewoon weten.

Daphne doet een verzoek, waarna Natalie met een multiple saying laat zien dat dat verzoek niet nodig was. Ze zegt, anders dan Loes eerder, niet waarom ze het verzoek ongepast vindt, maar het is wel af te leiden uit de context: Natalie heeft al eerder toegezegd erover na te denken.

De genoemde herhalingen zijn beperkt tot ja of nee, maar volgens Stivers zou het ook mogelijk moeten zijn om andere woorden op een dergelijke manier te herhalen, of zelfs hele zinnen – e.g. “Wait a minute, wait a minute, wait a minute”. Bovendien zouden woorden ook vaker dan drie keer herhaald kunnen worden. Mijn taalintuïtie zegt dat we dergelijke gevallen ook in het Nederlands zouden moeten vinden, maar tot op heden ben ik ze nog niet tegengekomen. Verder ben ik benieuwd of afwijkende patronen ook een andere functie hebben. Stivers zegt daar weinig over, maar als we Grice trouw zijn, dan zou elke extra ja natuurlijk een betekenis moeten hebben. Als iemand ze tegenkomt, houd ik me dus aanbevolen.