Promoveren is geen baan

Door Marc van Oostendorp

Zo’n twintig jaar geleden legde ik de laatste hand aan mijn proefschrift. Inmiddels ben ik niet alleen rijk, beroemd en gearriveerd, maar ook een oude man die alleen nog maar nostalgisch kan terugkijken op die periode, hoewel ik tegelijkertijd weet dat de huidige promovendi ook wel overschatten wat de kansen waren voor een gepromoveerde op een baan – dat is ook niet zo gek omdat ze uit die periode alleen de mensen kennen die het toevallig indertijd gelukt is, en niet de grote talenten die zijn afgehaakt.

Ook toen was er al discussie over de vraag of het wel zo’n goed idee was dat AiO’s werknemers waren en of ze niet beter studenten konden zijn. Er zijn sinds die tijd aan verschillende universiteiten ook al pogingen gedaan. Eergisteren kondigde minister Bussemaker van OCW eindelijk aan dat daarmee echt een begin kon worden gemaakt. Mijn standpunt is in die twintig jaar eigenlijk nooit veranderd: het lijkt mij een goed idee om van promovendi studenten te maken. Al moet daar wel iets tegenover staan.
AiO’s vallen in veel opzichten tussen wal en schip. Ze zijn werknemers, maar voor een zeer laag salaris. Ze hebben zogenaamd wel allerlei rechten van werknemers (vakantiedagen, recht op bijscholing), maar aan die rechten hebben ze gegeven hun duidelijk omschreven taak niet zo veel. 

Toch kan er door dat werkgeverschap oneigenlijk beroep op een promovendus worden gedaan om allerlei dingen te doen die niet in direct verband staan met het proefschrift.
Twee of drie
Tegelijkertijd hebben promovendi niet de rechten van studenten: geen recht op allerlei kortingen, geen duidelijk omschreven recht op onderwijs of zelfs op begeleiding.
Een groot bijkomend probleem is dat promovendi in Nederland veel geld kosten – veel meer dan elders. Ik ken verschillende Europese projecten die vanuit Nederland zijn aangevraagd maar vooral in het buitenland worden uitgevoerd omdat je voor het geld van een Nederlandse promovendus er in Duitsland of Frankrijk al snel twee of drie kunt aanstellen. Dat is niet eens omdat een Duitse promovendus zelf zoveel minder geld krijgt, maar omdat er minder premies hoeven worden betaald.
Tweederangsstudent
Het lijkt dus een goed idee om Nederlandse promovendi ook studenten te maken. Promoveren is geen baan, maar een studie (de leukste studie die er is). Argumenten tegen verlaging van die status lijken mij niet zo sterk. Er wordt bijvoorbeeld wel op gewezen dat student-promovendi hun positie op de arbeidsmarkt zouden verzwakken omdat ze ‘geen werkervaring’ hebben. Maar op dit moment hebben ze werkervaring tegen een hongerloon. Ook wijzen promovendi er soms op dat zij een belangrijk deel van het onderzoekswerk doen, en een groot deel van de productie van de universiteit voor hun rekening nemen. Dat is alleen wel een heel economische manier van denken over onderzoek.

Maar er moet wel wat tegenover staan. In plaats van zich druk te maken over hun status als werknemer zouden promovendi zich harder moeten maken voor een serieuze status als student. Het instituut van de graduate schools zou serieuzer moeten worden genomen en de structuur moeten krijgen van Amerikaanse universiteiten met echt serieus onderwijs specifiek voor promovendi en met systematische en goed georganiseerde begeleiding. Het gevaar is nu dat de promovendi worden van tweederangswerknemer tot tweederangsstudent; en daarmee raken ze natuurlijk van de regen in de drup.