Naar het schijnt

Wat we nog niet weten over het werkwoord (6)

Door Marc van Oostendorp


Als twaalfjarige kwam ik als kind ooit verrukt terug van school. We hadden net de laatste les ontleden gehad. Ik zou, dacht ik, nu in staat moeten zijn om iedere willekeurige zin uit elkaar te trekken en weer op de juiste manier in elkaar te monteren. Ik nam een krant en begon bij het eerste artikel. Hoeveel zinnen ik precies op deze manier te lijf gegaan ben, weet ik niet meer.

Misschien is de eerste me nog toevallig gelukt, maar binnen enkele minuten lag de krant verfrommeld in de hoek. Een normale zin bleek, anders dan de geconstrueerde uit de schoolboeken, niet te ontleden.

Sindsdien ben ik al 35 jaar taalkunde aan het bestuderen, en daardoor wel wat verder gekomen. Maar nog steeds zijn er allerlei doodgewone zinnen die raadselachtig zijn; en niet alleen voor mij, maar ook voor de knapste taalkundige. Zo merken Hans Broekhuis en Norbert Corver in het binnenkort te verschijnen deel over werkwoorden van The Syntax of Dutch op dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar zinnen zoals de volgende:

  • Naar het blijkt gaan ze naar de dierentuin. 
  • Naar het lijkt gaat het lukken. 
  • Naar het schijnt was ze elke dag dronken.
Wat is dat ‘naar het lijkt/blijkt/schijnt’? Hoe zit dat in elkaar? Je kunt het alleen doen met deze werkwoorden – en misschien met voorkomen (naar het mij voorkomt), en niet bijvoorbeeld met zijn:
  • Naar het is, gaan ze naar de dierentuin. [uitgesloten]
Die zin zou best een betekenis kunnen hebben (‘zoals de zaken er voorstaan…’), maar grammaticaal is hij niet. Bovendien kan er na naar alleen zo’n volkomen afgekapt zinnetje staan: het en het werkwoord, en verder niets:
  • Naar het mij blijkt, gaan ze naar de dierentuin. [uitgesloten]
  • Naar het tegen alle verwachtingen in blijkt, gaan ze naar de dierentuin. [uitgesloten]
  • Naar het blijkt dat het regent, gaan ze naar de dierentuin. [uitgesloten]
De eerste zin wordt dan wel ineens weer een stuk beter wanneer je het weglaat (en ik geloof dat hij nog meer opknapt als je hem dan in de voltooide tijd zet):
  • Naar mij gebleken is, zijn ze vertrokken naar de dierentuin. [geen probleem]
Ook sommige andere dingen kunnen in plaats van het staan:
  • Naar nu blijkt, heeft zij altijd gelogen. 
Alleen werken die trucs alleen voor blijken en niet voor lijken en schijnen:
  • Naar nu lijkt, heeft zij altijd gelogen. [raar]
  • Naar mij geschenen is, was ze elke dag dronken. [ook raar]
Ik ben gelukkig geen puber meer die bij de eerste de beste tegenslag meteen met kranten begint te frommelen, maar mij verbaast dit alles dan toch weer hogelijk. Wat is hier aan de hand? Waar haal ik al deze, tamelijk precieze ideeën over wat er wel of niet goed klinkt nu weer vandaan?