De visueel ingestelde mens!

Door Marc van Oostendorp


Ik ben er nu ook voor de visueel ingestelde mens, en dus voor iedereen! Althans, dat beweerde de taalkundige Sterre Leufkens onlangs. In een blog over haar proefschrift, schreef zij:

Voor de visueel ingestelde mens is hier nog een samenvatting van mijn proefschrift te vinden in de vorm van een videoblog, door prof. Marc van Oostendorp.

Twee dingen vallen op bij die ‘visueel ingestelde mens’. In de eerste plaats is niet duidelijk op welke manier een video nu meer ‘visueel’ is dan een geschreven weblog. Bij een video valt op zijn minst ook nog wat te horen, terwijl Sterres weblog geen krimp geeft, hoe hard je er ook op trommelt. Bovendien is op die video van mij eigenlijk niet veel meer te zien dan mijn pratende hoofd. Alle uitleg komt via je oren. En toch klinkt het op de ene of andere manier logisch, om te zeggen dat zo’n video meer geschikt is voor de visuele medemens dan een tekst – waarschijnlijk omdat een geschreven tekst niet beweegt, en ik wel, als ik praat.

In de tweede plaats zijn eigenlijk alle mensen visueel ingesteld. Dat blijkt uit onderzoek dat een groep Nijmegenaren gisteren publiceerde <persbericht>: over de hele wereld praten mensen veel en veel vaker over wat ze zien dan over wat ze horen, ruiken, voelen of proeven.
In je mond

De Nijmegenaren nam hiervoor gesprekken op in 13 zeer uiteenlopende talen, gesproken van Afrika tot Oost-Azië, en van Italië tot Mexico. In al die gesprekken noteerden ze nauwkeurig over welke zintuigen er werd gesproken. En daaruit bleek dat wereldwijd zo’n tweederde van de mededelingen over zintuiglijke perceptie ging over kijken en zien. (Of om preciezer te zijn, dat als ze een werkwoord gebruikten dat over perceptie ging, was dat in ongeveer tweederde van de gevallen een werkwoord zoals kijken.)

De reden daarvoor is mogelijk biologisch: de mens gebruikt ook veel meer hersencapaciteit bij het kijken dan bij de andere zintuiglijke waarnemingen. We zien daardoor in zekere zin meer dan we proeven, voelen of ruiken. Bovendien ben je natuurlijk veel beperkter in wat je bijvoorbeeld kunt proeven – alleen dingen die je in je mond gestopt hebt – dan in wat je kunt zien – alles in de wijde omtrek, van de bergen in de verte tot de dame die haar hondje uitlaat.

Luisteren naar praten

Interessant genoeg zijn de andere zintuigen niet zo makkelijk te ordenen. Althans, bij 12 van de 13 talen staat luisteren weliswaar op de tweede plaats, maar er is ook één taal – het Semai uit Maleisië – waarin men het na kijken vooral over ruiken heeft. Hier is dus kennelijk ruimte voor cultuurverschillen (we zijn meer aan het Semai verwante culturen met een nadruk op geuren). Bovendien gaat het bij luisteren in die andere talen wel heel vaak om het luisteren naar één specifiek soort geluid – menselijke taal. “Ons onderzoek ondersteunt de gedachte dat we zoveel praten over luisteren zodat we kunnen luisteren naar praten”, zeggen de onderzoekers. Wanneer je dat luisteren naar toespraken en roddels weg zou laten, zouden ook in andere culturen andere zintuigen een grotere kans krijgen.

Na de tweede plaats wordt de variatie nog groter, al geven de onderzoekers ook toe dat de hoeveelheid gegevens zo gering wordt – mensen praten zo weinig over de andere zintuigen – dat het moeilijk is er goede statistiek over te doen.

De aanwijzingen dat de ordening van de zintuigen cultureel bepaald zijn, is dus niet zo heel sterk, en hangt vooral op de gespreksonderwerpen van de Semai. Dat zou nog nader onderzocht moeten worden; en nu snel een samenvatting maken van Sterres proefschrift voor de olfactorisch ingestelde mens!