Wie ontwerpt de beste nieuwe taalregel van 2014?

Door Marc van Oostendorp


Uit betrouwbare kring komt het bericht dat de spellingcommissie die het nieuwe Groene Boekje van 2015 voorbereidt, de strikte opdracht heeft gekregen om deze keer niets te veranderen.

Niets! Volgend jaar komt er een nieuwe versie van de officiële woordenlijst en daar zal ons de correcte spelling van jezedi worden onthuld, alsmede van een aantal Surinaamse woorden, maar geen enkele spellingregel zal ook maar een komma anders worden.

Niets! Nog geen enkel tussenennetje! Wat een verspilling! Dan heb je zo’n fikse commissie vol eminente taalkundigen ingesteld die flink wat ingewikkelder regels zouden kunnen maken, van die regels waar de ware liefhebber van opveert. En dan laat die commissie het erbij zitten en doet niets!

En dat terwijl zulke regels goed zijn voor de werkgelegenheid. Ga maar na: wanneer we erin slagen het Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse volk ervan te overtuigen dat taal veel te ingewikkeld is voor eenvoudige schoenlappers of verandermanagers, iets dat je eigenlijk alleen mag gebruiken nadat je eerst advies hebt ingewonnen van een hoog opgeleide en goedbetaalde deskundige, dan breken er gouden tijden aan voor de taalgeleerde. De collegebanken stromen vol, we kunnen dure trainingen gaan aanbieden en makkelijk 500 euro toucheren voor iedere gevonden spelfout of kromme zin.

In plaats daarvan zitten we opgescheept met een veel te simpel spellingsysteem dat nooit verandert. Gelukkig hebben we altijd nog de jaarlijkse Neder-L-prijsvraag voor de beste nieuwe grammaticaregel.

Deze moet aan twee eisen voldoen: hij moet een geheel nieuw onderscheid maken tussen goed en fout, een dat nooit eerder beschreven is in de taaladviesboeken. En hij moet de lezer onmiddellijk het gevoel geven dat het eigenlijk een schande is dat hij zich nooit iets van de regel heeft aangetrokken.

In 2012 is het Nederlands bijvoorbeeld dankzij onze prijsvraag verrijkt met de volgende belangrijke nieuwe regel, van Koby van Krieken, die eindelijk vaststelde wanneer men wel of niet het woord niemand mag gebruiken:

Het woord niemand mag niet als agens worden gebruikt in een zin omdat dit woord de aanwezigheid van een handelende/denkende/percipiërende entiteit uitsluit. Alleen iemand kan handelen, denken en percipiëren en dientengevolge ook agens zijn.
De volgende zin is volgens deze nieuwe regel dus incorrect:
 – Niemand trapte de bal het water in.
 In een correcte variant wordt de zin lijdend, blijft de agens impliciet en wordt het negatie-element niet gebruikt:
 – De bal werd het water niet in getrapt.
   

Het woord niemand mag nog wel worden gebruikt in zinnen waarin het niet als agens fungeert: 

 – Hij ontmoette niemand op de bijeenkomst.
– Het is voor niemand leuk om ontslag te krijgen.
 – Niemand is gestorven.

Vorig jaar was het de beurt van Bert Capelle, die met een even uitvoerige als belangrijke nieuwe regel kwam, die het zomaar weglaten van het woordje er aan banden legde:

De volgende zin, door de ANS nochtans zeer ten onrechte als goed aangerekend, is overduidelijk fout: 

(1) (Gisteren stonden er elf grammatica’s in de kast.) *Nu staan er nog maar zeven. 

De fout in deze zin ligt erin dat er er maar één “er” in staat in plaats van drie: de “er” in zijn presentatief gebruik (“Er staan zeven grammatica’s in de kast”), de “er” in zijn kwantitatief gebruik (“Grammatica’s? Ik heb er nog maar zeven staan in de kast”) en de “er” in zijn locatief gebruik (“Ik keek in de kast en zag er zeven grammatica’s staan”). Elk van die gebruiksgevallen heeft zijn eigen raison d’être. Ze als taalgebruiker zomaar laten samenvallen in één “er” getuigt zowel van extreme laksheid als van een gebrek aan taalkundig inzicht. De ANS registreert gewoon dat dit stelselmatig gebeurt en verzuimt het zo in dit verderf in te grijpen met een duidelijke prescriptieve regel. (…) 

Hoe moeten de foute ANS-zinnen hierboven worden gecorrigeerd? Dat is eenvoudig. De door taalkundige en intellectuele luiheid en nefaste historische conventie samengevallen “er’s” moeten elk apart expliciet worden vermeld. Daar hebben ze recht op. Dus (1) wordt voortaan in goed Nederlands: 

(1)’ (Gisteren stonden er elf grammatica’s in de kast.) Nu staan er er er nog maar zeven. 

Men hoeft overigens niet aan te voeren dat het meervoudig opeenvolgend voorkomen van eenzelfde woord een zin ongrammaticaal maakt, want dat dat dat zou doen, slaat nergens op.

Zoals u zelf ongetwijfeld hebt gemerkt, staat het Nederlands er heel wat florissanter voor sinds de invoering van deze regels. Steeds minder onbevoegden durven zich nog te wagen aan het schrijven van bijvoorbeeld een lied, een pleitrede of een blogpost. Ze moesten ook niet durven! Wij hebben een heel team van ingezondenbrievenschrijvers en reaguurders die als een bij gestoken reageren op iedere overtreding van deze regels!

Maar we zijn er nog niet. Er valt nog steeds meer te regelen in het Nederlands. Vandaar dat we ook dit jaar weer een prijsvraag uitschrijven: wie bedenkt de beste nieuwe taalregel van 2014? Inzenden kan tot dinsdag 21 oktober om 15.00 in het reactieveld hieronder. De winnaar zal op woensdag 22 oktober via dit weblog bekend worden gemaakt. Deze regel zal uiteraard worden bijgeschreven in het roemruchte Stijlboek Neder-L, en er zal streng de hand aan worden gehouden.

De winnaar krijgt ook een prijs, al bekruipt mij nu ik dit tik ineens het ongemakkelijke gevoel dat ik Capelle zijn prijs nooit heb toegestuurd. Klopt dat, Bert?