Asjemenou

Over het zelfmedelijden van Vlamingen

Door Marc van Oostendorp

“De Noord-Nederlandse norm regeert”, meldt de Vlaamse schrijver Margot Vanderstraeten opstandig in een column. Volgens haar proberen Nederlanders Vlamingen “de mond te snoeren” en het Zuid-Nederlandse taaleigen wordt door zijn “machtige en autoritaire variant in het Noorden” overschaduwd.

Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? Zijn Nederlanders bezig het Vlaams te onderdrukken?

Helaas komt Vanderstraeten niet veel verder dan een jammerklacht. Maar ze geeft net genoeg informatie om een en ander wat preciezer te analyseren.

Op het eerste gezicht betreft het vooral het soort gefrustreerde verongelijktheid waarin Vlamingen tegenover Nederlanders specialiseren. Om de een of andere reden wil Vanderstraeten in Nederland worden uitgegeven, bij een Nederlandse uitgever, die zijn boeken in Nederland wil verkopen. Die Nederlandse uitgever wil dat die kopers zijn boeken ook begrijpen en stelt daarom voor al te Vlaamse uitdrukkingen te vervangen.
Dat is niet autoritair de mond snoeren, dat is koopmansgeest. Er is geen sprake van dat enige Nederlander Vanderstraeten zou willen verbeiden om bij haar thuis, of in een Vlaamse krant, of in een boek dat bij een Vlaamse uitgever wordt uitgegeven, net zoveel Vlaamse woorden te gebruiken als ze wil. Omgekeerd: als een Nederlander ooit op de bizarre gedachte komt bij een Vlaamse uitgever te willen publiceren moet hij misschien ook wel het aan Vanderstraeten aanstootgevende woord asjemenou vervangen.

Natuurlijk is het jammer dat het publiek in Nederland én in Vlaanderen zo werkt, dat het niet bereid is om af en toe een woord te lezen dat het niet kent. Maar voor zover ik zie, bestaat er op dit vlak inmiddels nauwelijks een onderscheid tussen de twee bevolkingen.

De enige asymmetrie is dat Vlamingen zo’n raar minderwaardigheidscomplex hebben, zich altijd achtergesteld voelen en toch geen eigen grote uitgeverijen opzetten. Handen uit de mouwen, mensen! Of is die uitdrukking ook te Hollands?