Is slecht schrijven hetzelfde als verward denken?

Door Marc van Oostendorp


Ik ben onschuldig, het zijn altijd anderen die het hebben gedaan. Aan het begin van dit jaar had ik zo’n goed voornemen: ik ging mijn stijl verbeteren en in het openbaar les nemen. Ik nam inderdaad hier op dit weblog les bij een obscure dichter, maar die won ineens de AKO-prijs en had geen tijd meer voor mij. Daarna meldde ik me bij een ander, maar die werd er ineens uitgegooid bij het radioprogramma waarvoor hij boeken besprak, en raakte aan lager wal. Nooit werd er meer van hem vernomen.

De les: alle schrijvers tot wie ik me wend, breken door bij het grote publiek en/of belanden in de goot. Maar ik schiet zo niet op met mijn schrijfvaardigheid.

Om toch nog iets van dit ‘jaar van de stijl’ te maken, heb ik besloten het over een andere boeg te gooien. Ik wend mij nu tot dode schrijvers voor stijladvies.
 Ik ben begonnen met de beroemde Duitse filosoof Arthur Schopenhauer, omdat die als ik het goed zie een enorme invloed heeft gehad op het Nederlandse idee over stijl. Twee vooraanstaande Nederlandse denkers over stijl waren liefhebbers van Schopenhauer, en baseerden als ik het goed zie ook op zijn werk: Karel van het Reve en Gerard Reve.

Schaduw

We slaan er natuurlijk het essay Über Stil op na, en lezen daar (ik vertaal het even):

Zodoende is eenvoud altijd een teken geweest, niet alleen van de waarheid, maar ook van het genie. De stijl ontleent zijn schoonheid aan de gedachte; maar bij die schijndenkers moet de gedachte mooi worden door de stijl. Terwijl de stijl niets meer is dan de silhouet van de gedachte: onduidelijk of slecht schrijven betekent dom of verward denken.

Wat wordt hier eigenlijk gezegd? Laten we dat over het ‘genie’ even vergeten, want genieën bestaan natuurlijk allang niet meer. In dat geval zegt de eerste zin geloof ik dat een zin de waarheid en zonder frutsels zo precies mogelijk moet benaderen. De tweede zin zegt dat de zin juist zo dicht mogelijk op de gedichte moet zitten. De eerste helft van de derde zin begrijp ik niet (de silhouet van de gedachte?), zoals de gehele passage me eigenlijk in verwarring achterlaat. Wat is nu eigenlijk de bedoeling? Wanneer we de gedachte niet mooi mogen maken door de stijl, mogen we dan wel metaforen gebruiken zoals ‘de silhouet van de gedachte’? En is een mooie gedachte hetzelfde als de waarheid?

Raadsels

Om de tweede helft van de derde zin is het me te doen. Dat is de zin die Van het Reve en Reve volgens mij allebei met instemming zouden aanhalen. Is het wel waar dat onduidelijk schrijven hetzelfde is als verward denken? De ene kant op lijkt me de implicatie duidelijk: iemand die verward denkt kan waarschijnlijk niet duidelijk schrijven, behalve bij toeval. Maar de andere kant op? Schrijft iemand die helder en intelligent denkt, automatisch duidelijk en goed? Je kunt de gedachte voor jezelf helemaal duidelijk hebben – maar is hij dan meteen ook in taal gesteld? En per se ook duidelijk voor iemand anders?

Dat zou betekenen dat een goede gedachte altijd gedeeld kan worden, en dus duidelijk kan zijn voor anderen. Maar past dat wel bij een genie, dat andere mensen hem meteen begrijpen?

Raadsels, raadsels. Is het eigenlijk wel goede stijl om zoiets te schrijven als Schopenhauer hier te berde brengt?