Het dialect als kweekkas, de standaardtaal als gletsjer

Door Marc van Oostendorp



Dialecten worden wel gezien als de ijskappen van de taal: het bederf verloopt er trager en fossielen die in de standaardtaal blijven daardoor bewaard.

In het West-Vlaams, bijvoorbeeld, zou het ontkennende woordje en zijn blijven staan dat in de middeleeuwen overal gebruikt werd in combinatie met niet of geen. In dat dialect kun je bijvoorbeeld het volgende zeggen:

‘k en zagen en nog niet. (Ik zag hem nog niet).

Dat lijkt op de manier waarop in de middeleeuwen bijna iedereen in ons hoekje van Europa het deed, en trouwens ook waarop je dat in het moderne (Standaard-)Frans nog doet:

Ic en sagh hem niet. (Ik zag hem niet.)
Je ne le vois pas. (Ik zie hem niet.)

Toch is er wel wat meer aan de hand, zo blijkt uit een nieuw artikel van de onderzoeksters Anne Breitbarth en Liliane Haegeman.
Het West-Vlaams heeft de Middelnederlandse vorm niet zomaar bewaard. Het heeft hem verrijkt.

Breitbarth en Haegeman laten zien dat en namelijk tegenwoordig wel degelijk een eigen bijdrage levert aan de betekenis. Dat is een heel subtiele bijdrage – iets wat je in het Standaardnederlands niet zo makkelijk onder woorden kunt brengen – maar vermoedelijk wel een innovatie. Niks ijskap! Kweekkas!

Sigaretje

Het komt erop neer dat en een teken geeft dat het ontkende in zekere zin onverwacht is; dat je het omgekeerde zou verwachten. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt in verhalen als de volgende:

Ge zou lyk peinzen dat da Valère is. Mo t’en is Valère niet. (Je zou denken dat het V. is. Maar het is V. niet.)

Bovendien kan het gebruik van en soms een verschil in betekenis maken. Dat geldt bijvoorbeeld voor de volgende vraag:

Ee-j gie men geen sigaretje?

Onbenut

Deze zin is dubbelzinnig, net als het Nederlandse equivalent Heb je voor mij geen sigaretje? Het kan een vraag om informatie zijn (‘klopt het dat jij voor mij geen sigaretje hebt’) of, normaler, kan het een beleefde manier zijn om om een sigaretje te vragen. Maar zodra het woordje en wordt toegevoegd, verliest de zin die laatste betekenis:

En ee-j gie men geen sigaretje?

Bovendien kan de spreker hiermee uitdrukken dat hij ernstig betwijfelt dat de luisteraar inderdaad geen rookwaar heeft.

Het is een sterke illustratie van het feit dat geen woord in taal ooit onbenut blijft. Een dubbele ontkenning (en sagh hem niet) kan niet lang blijven bestaan. Er kunnen twee dingen gebeuren: het zwakste woordje verdwijnt, zoals in het Nederlands gebeurd is. Of dat woordje krijgt een speciale eigen betekenis: dat is kennelijk gebeurd in het West-Vlaams.

Het is overigens niet duidelijk of deze kleine innovatie nog lang zal blijven bestaan. West-Vlaanderen is een van de sterkste dialectgebieden van het Nederlands, maar er zijn allerlei aanwijzingen dat ook daar de standaardtaal langzaam overal overheen schuift. Als een gletsjer.