Wil ik een doosje voor je zoeken?

Door Marc van Oostendorp
Zoals de meeste mensen heb ik specifiekere herinneringen aan de taal van mijn vader dan die van mijn moeder. Zoals je moeder praten, dat is wat je leert als kind, en dus is alles wat je moeder zegt, allemaal volkomen normaal. Ik kan me in ieder geval niets voor de geest halen dat mijn moeder zei en dat ik als kind vreemd vond. Maar bij je vader begint de taalvariatie: die zegt soms dingen die je als kind kennelijk niet overneemt, maar tot nadenken stemmen.
Gisteren was ik aan het lezen in De tranen der acacia’s en ineens hoorde ik daar uit de mond van de zus van de hoofdpersoon (Carola) een zinnetje van mijn vader voorbijkomen:
Wil ik een doosje voor je zoeken?

Ik herinner me dat mijn vader zulke dingen zei en dat ik als twaalfjarige dacht: maar dat moet je mij toch niet vragen, of jij dat wil. Want ik dacht dat ik slim was en wist niet beter.

Over die constructie Wil ik dit voor je doen? in plaats van Zal ik dit voor je doen? kan ik weinig vinden. Het is natuurlijk ook moeilijk zoeken. Op het internet vind ik wel bijvoorbeeld een blog van de taalprof uit 2006 waarin hij terecht zegt dat willen gaat over wenselijkheid maar ook over waarschijnlijkheid (het wil nog niet zomeren) en erop wijst dat de volgende zinnen allemaal vrijwel hetzelfde betekenen:

  • Zal ik even het raam voor je dichtdoen?
  • Moet ik even het raam voor je dichtdoen?
  • Wil ik even het raam voor je dichtdoen?
  • Kan ik even het raam voor je dichtdoen?
  • Mag ik even het raam voor je dichtdoen?

Al die andere zinnen kan ik zonder problemen zeggen, alhoewel op zijn minst de zin met kunnen iedere puber zou moeten doen gnuiven (‘hoe weet ik of jij dat kan?’) Maar hiermee lijkt me het laatste woord nog niet gezegd.

In de eerste plaats lijkt mij dat je willen alleen op deze manier kunt gebruiken met een (eventueel impliciet gelaten) voor jou. ‘Wil ik even koffie zetten?’ betekent naar mijn gevoel ‘Wil ik even koffie zetten voor jou?’ Sterker nog, als je vraagt ‘Wil ik even koffie zetten voor de buurvrouw’, bedoel je daar altijd mee ‘zodat jij dat niet hoeft te doen?’ ‘Zal of moet of kan ik even koffie zetten voor de buurvrouw?’ heeft die ondertoon niet.

Aan de andere kant hoeft het onderwerp niet per se ik te zijn. Je kunt best zeggen ‘Wil mijn zoon even koffie zetten?’, althans wanneer je bijvoorbeeld mijn vader bent, of ‘willen wij even koffie zetten?’ Alleen ‘wil jij even koffie zetten?’ heeft die betekenis geloof ik niet; dat zou ook een beetje raar zijn (dat jij koffie zet om jezelf te ontlasten). Om dezelfde reden betekent ‘wij’ in ‘willen wij even koffie zetten?’ ,et de bedoelde betekenis geloof ik altijd ‘wij behalve jij’.

Toch blijft het geheimzinnig, dat gebruik van willen. Meestal is het onderwerp van willen degene die baat heeft bij de handeling. ‘Carola wil een doosje zoeken!’ Daar is niemand bij gebaat, behalve Carola. Maar in deze vragende vorm slaat die wenselijkheid van dat willen dus ineens niet op het grammaticale onderwerp van de zin, maar op de aangesproken persoon.

Acht jaar geleden schreef de Taalprof al dat we maar weinig begrijpen van dit soort werkwoorden. Dat is nog altijd niet veranderd.