Kleine Roman kan de R zeggen!

Door Marc van Oostendorp

Gisterenavond was een gedenkwaardige avond, want Roman kon die dag voor het eerst de /r/ zeggen. Net op de dag dat ik op bezoek was bij zijn ouders: ik viel met mijn neus in de boter. Hij deed het graag en trots heel vaak voor: zijn eigen naam met een krachtige, rollende /r/, een heel fraaie /r/, mooier dan ik hem maak, eerlijk is eerlijk.

Voor veel kinderen hoort de /r/ tot de laatste klanken die ze leren. Ik meen dat ik weleens een onderzoek gelezen heb waaruit blijkt dat kinderen wiens eigen naam met een R begint gemiddeld wat sneller zijn, maar dat onderzoek kan ik nu even niet vinden op het internet.

Maar ook kinderen met een R leren de bijbehorende klank niet als eerste. Hij is nu eenmaal lastig, een eenling onder de klanken.

Hij is de enige klank die je maakt door ergens iets te laten trillen: sommige klanken zijn kort en eenmalig (de /p/). Andere kun je lang en gelijkmatig aanhouden (de /m/), maar voor de /r/ moet je de beheersing hebben om iets een tijdlang te laten trillen. Niemand kan je precies voordoen hoe dat moet (je kunt niet in de mond van je moeder kijken), niemand kan je zelfs vertellen waarom een /r/ een andere klank is dan de /l/, en toch vinden alle kinderen ineens hun pad.

Gelukkig hoort Roman daar sinds gisteren ook bij. Wanneer jullie hem tegenkomen, zal hij het jullie ook wel voordoen. Als hij dat doet, moet je even opletten op hoe hij voetballers zegt: ook met een perfecte /r/, maar de /l/ in het midden spreekt hij als een [w]: voetbawwers. Ik vermoed dat meer kinderen dat doen: de generatie van zijn ouders zegt als voetbaw, maar nog wel voetballers, Roman en zijn leeftijdgenoten drijven het nog wat verder door.

Maar gisteren vierden we eens niet dat de taal verandert. Gisteren vierden we dat ze doorgegeven wordt. Aan Rrroman.