‘Ben ik soms jouw rekenmachine’?

Hoe Eugene Goostman ons allemaal gaat veranderen

Door Marc van Oostendorp


Eugene Goostman is 13 jaar, komt uit Odessa, bezit een cavia, en gaat onze kijk op de mensheid mogelijk op zijn kop zetten. Dat komt dan doordat hij geen mens is, maar een computerprogramma.

Zaterdag wonnen de programmeurs van Eugene namelijk in Londen de zogeheten Turingtest, waarbij een aantal mensen vijf minuten moesten chatten met Eugene en tegelijk met een ander mens, om te raden wie de computer was en wie de mens. Volgens de Britse wiskundige Alan Turing was dat dé ultieme toets om te zien of een computer intelligent gedrag kon vertonen: mensen laten denken dat hij ook een mens was.

Eugene Goostman slaagde er in 33% van zijn beoordelaars te misleiden – een record in de zestig jaar dat de Turingtest nu wordt uitgevoerd, en volgens sommigen een cruciaal getal, zodat we nu kunnen zeggen dat de computer inderdaad op weg is om mensen te imiteren.

Dat zou een heleboel aan ons mensbeeld veranderen. Of in ieder geval aan dat van mij.

De belangrijkste reden daarvoor is dat Goostman als ik het goed begrijp (hier zijn wat dia’s van een van de programmeurs, hier is een informatief artikel van ZDNet) vooral werkt volgens een heel ingewikkeld stelsel van als-dan-regels:

– Als de gebruiker ‘je moeder’ zegt, zeg dan ‘Mijn moeder werkt voor tv’.
– Als de gebruiker een som opgeeft, zeg dan ‘Ben ik soms jouw rekenmachine? Nou, hier dan: ….’

Dodelijke slag

Enzovoort, en zo verder, honderdduizenden van dit soort regels lang. Nu werken eigenlijk alle chatbots die aan de Turingtest hebben meegedaan, op deze manier, maar Eugene Goostman laat zien dat het misschien echt werkt.

Als dat zo is, is dat, zou je kunnen zeggen, een dodelijke slag voor de menselijke creativiteit. Zou alles wat wij zeggen ook alleen maar een letterlijke reactie zijn, onontkoombaar veroorzaakt door de omstandigheden en door wat de ander zegt? Zouden ook wij eigenlijk nooit zomaar iets nieuws en onverwachts kunnen zeggen, iets wat nooit eerder in ons hoofd opkwam? Ik dacht, en denk, altijd dat het niet kon, dat er een vorm van menselijke creativiteit is die niet in als…dan…-instructies is te vangen. Misschien moet ik mijn ideeën wel bijstellen.

Vliegmachines

33% is misschien nog niet zo veel, en het personage van Eugene is goed gekozen. Omdat hij uit Odessa komt, wekt het geen wantrouwen dat zijn Engels niet volmaakt is. En welk menstype ligt er nu dichter in de buurt van de computer dan de dertienjarige nerd? Daarbij komt dat hij als hij langer dan een paar minuten aan de tand gevoeld wordt, wel degelijk door de mand voelt (probeer het hier, al ligt de server dezer dagen plat).

Misschien is dat alles slechts een kwestie van tijd, en kruipt de computer langzaam naar een situatie waarin hij urenlang intelligente conversaties kan leren. Alleen op basis van een verzameling als…dan-regels. Dat betekent dan nog steeds niet per se dat hij net zo denkt als wij: vliegmachines vliegen ook niet op dezelfde manier als vogels.

Maar het wordt dan misschien wel de beste gok over hoe wij dat doen, denken: volgens een groot patroon van vaste stramienen.