Beïnvloedt Facebook de taal? Geen idee

Door Marc van Oostendorp


Sally Tagliamonte

Van iedere wetenschappelijke discipline bestaat een versie voor op feestjes. Je vertelt wat je doet en je gesprekspartner vuurt een aantal vragen op je af. Ha! Eindelijk een deskundige die een antwoord heeft op een brandende vraag! Maar uit jouw vakgebied blijkt geen enkel antwoord te hebben op die vragen.

Een moderne versie van zo’n vraag voor de taalwetenschap is: verandert de taal tegenwoordig sneller veranderd door het internet en de sociale media? Het wetenschappelijke antwoord op die vraag is: dat weten we niet, en er gebeurt ook nauwelijks onderzoek naar. Uit het nieuwe nummer van het Journal of Sociolinguistics blijkt waarom, en misschien ook wat eraan te doen is.

In dat nummer staat een artikel van de jonge Brit David Sayers die allerlei onderzoek samenvat over onder andere de constructie be like (“I was like I am not going to do that”). Die constructie duikt over de hele wereld in het Engels op, en je kunt je nauwelijks voorstellen dat de media geen rol spelen in die relatief snelle verspreiding van het fenomeen (in de jaren zeventig was nog niemand like). Het Journal of Sociolinguistics publiceert ook een aantal reacties op het artikel van eminente vakgenoten – bijna allemaal afwijzend. Hoe kan dat?

Vluchtig en modieus

 Taalkundigen zijn heel wantrouwend tegen de gedachte dat taal via de radio en tv verspreid kan worden. Er zijn allerlei aanwijzingen dat mensen hun taal alleen echt aanpassen als geval van echt contact met andere mensen: dan pas je je onbewust een beetje aan de ander aan, en dat effect blijft bestaan. Wanneer je niets terug hoeft te zeggen, kun je nog zoveel naar iemand luisteren, maar je taal verandert er niet door. Britten luisteren inmiddels al decennia naar Amerikaanse films, vinden die allemaal prachtig, maar veranderen hun taal er niet door. Wij hebben in Europa eeuwen lang Latijn over ons heen gestort gekregen van de kansel, maar zijn er geen Latijn door gaan spreken.

Volgens allerlei onderzoek veranderen onze grammatica en onze uitspraak van de moedertaal niet door de traditionele media. Alleen woordjes nemen we mogelijk over, en daarbij gaat het vaak over vluchtige modewoordjes, geen dingen die beklijven. Volgens Sayers’ critici gaat het bij de verbreiding van be like ook over zoiets vluchtigs en modieus’. Dat jonge Britten én Amerikanen het zeggen, wil nog niet zeggen dat ze binnenkort allemaal dezelfde taal spreken.

Gooise r

De andere casus die Sayers in detail bespreekt is het geruchtmakende onderzoek uit Glasgow vorig jaar, waaruit bleek dat bepaalde ‘Londense’ uitspraakeigenaardigheden meer gebruikt werden door kijkers naar de soap EastEnders (die zich in Londen afspeelt) dan onder vergelijkbare andere Schotten. Ik heb hier over dat onderzoek geschreven: de relatie ligt ook daar wel wat subtieler. Die Londense verschijnselen waren zich sowieso aan het verspreiden, en dat wordt hooguit door de tv een beetje versterkt.

(Iets soortgelijks is naar mijn overtuiging aan de gang bij de zogenaamde Gooise r: die wordt niet door de media verspreid, maar verspreidt zich toch al langzaam maar zeker over Nederland. Veel mensen zal hij voor het eerst zijn opgevallen toen ze naar de tv keken, maar dat wil nog niet zeggen dat hij daarvandaan komt.)

MSN

Er is daarom nog steeds genoeg reden om sceptisch te zijn over de invloed van traditionele media op onze taal. Maar dat geldt niet voor sociale media, zoals ongeveer alle auteurs in de Journal of Sociolinguistics ergens toegeven. Bij sociale media is er natuurlijk wél interactie, je kunt wél terugpraten tegen iemand die, mogelijk aan de andere kant van de wereld, iets tegen je zegt. En dus zouden die sociale media wél invloed op onze taal kunnen hebben.

Hier stuit de wetenschap echter op een ander probleem. Die sociale media veranderen zelf veel te snel om hun invloed goed te kunnen onderzoeken. De Canadese hoogleraar Sally Tagliamonte vertelt in haar bijdrage dat ze sinds 2005 drie keer een werkgroep heeft gegeven over taal en sociale media en dat ze de inhoud daarvan iedere keer geheel moest herzien omdat de deelnemende studenten inmiddels hun internetgedrag geheel en al veranderd hadden. Wie weet er nog van nieuwsgroepen of MSN?

Om verandering te besturen, heb je stabiliteit nodig. Als je wil weten of X invloed heeft op de verandering van Y, moet X wel een tijdje hetzelfde blijven. En de sociale media zijn in onze tijd dus geen goede X. Ik neem aan dat dit overigens ook betekent dat de invloed van de sociale media ook niet zo groot kan zijn, daarvoor bestaan ze niet lang genoeg. Maar bewijzen kan ik dat dus niet.