Waar ligt de klemtoon in ‘holländisch’?

Door Marc van Oostendorp

Omdat ik deze week zijdelings geschreven had over Russisch, kreeg ik een e-mail van mijn beroemde Vlaamse collega José Cajot over holländisch. In het Duits ligt de klemtoon in dat woord op hol; waarom leggen Nederlandstaligen het op län?

Het komt niet doordat de klemtoon altijd op de voorlaatste lettergreep ligt in het Nederlands, al komt dat patroon wel het vaakst voor. In drielettergrepige woorden kan hij op de eerste (Canada), de tweede (pyjama) of derde (paraplu) lettergreep liggen. Bovendien gebeurt het niet bij andere woorden; ik heb niet de indruk dat mensen holländer zeggen.

Het moet iets te maken hebben met het achtervoegsel –isch; dat trekt de klemtoon altijd naar de lettergreep die er onmiddellijk aan voorafgaat. Próza wordt prozáisch, prótotype wordt prototípisch.

Maar hoe zit dat dan? Andere achtervoegsels doen dat helemaal niet, dat trekken aan de klemtoon. Ze dragen soms zelf de klemtoon (kólos – kolossáál), en ze laten soms de klemtoon ongemoeid (púnnik – púnniker), maar -isch is de enige die wil dat de klemtoon op de laatste lettergreep van de stam komt te liggen.
Cajot wees me erop dat dit eigenlijk vreemd is. Hij heeft in zijn onderzoek overtuigend laten zien dat wij dat achtervoegsel –isch uit het Duits hebben geleend, en in die taal stelt het die eis helemaal niet. Anders zouden de Duitsers immers óók hólländer zeggen.

Volgens Cajot heeft het er misschien iets mee te maken dat wij het achtervoegsel vooral zijn gebruiken bij woorden met een oorsprong uit de Romaanse talen (fantastisch, romantisch) en in bijvoorbeeld het Italiaans ligt de klemtoon nu eenmaal altijd (of in ieder geval heel vaak) op de voorlaatste lettergreep. Maar in het Frans ligt hij dan weer vaker op de laatste, dus waarom is –isch dan zelf geen klemtoon gaan dragen?

Ik vermoed dat dit misschien iets te maken heeft met de klinker. De achtervoegsels die klemtoon dragen hebben in het Nederlands meestal een a, een, lange, open klinker waarop de klemtoon goed rust: verdraagzaam, ontelbaar, monumentaal). De ie is daarentegen kort en wordt uitgesproken; daarop valt de klemtoon niet zo lekker. De klemtoon in prozaisch is aldus een compromis: zo ver mogelijk naar het achtervoegsel toe, zonder dat dit achtervoegsel zelf de klemtoon dragen moet.