De vooravond van de ‘nieuwe’ spelling

door Miet Ooms

Gisteren las ik een berichtje uit het Leuvense studentenblad Veto, over het roemloze einde van de spelling-Geerts 20 jaar geleden, nog voor ze ooit in voege kwam. Het was een van die dagen uit mijn studentenperiode die ik nooit zal vergeten.

Ik zat toen in mijn tweede jaar Germaanse talen en prof. Geerts was een van mijn docenten. (Voor de Nederlanders onder ons: als Vlaming studeerde je geen Nederlands, maar Germaanse talen. Je moest dan een combinatie van twee talen kiezen uit Nederlands, Engels en/of Duits, en kreeg daar zowel de taalkunde- als de literatuurvakken van. In je licentiejaren (derde en vierde jaar), kon je je dan een beetje specialiseren in taalkunde of literatuur, of in een van de twee talen.) Op dat moment was prof. Geerts al jaren de grote naam van het departement linguïstiek aan de KU Leuven: auteur van heel wat bekende artikels en boeken over het Nederlands in Vlaanderen, eerste Vlaamse hoofdredacteur van Van Dale (naast de Nederlander Hans Heestermans) en hoofd van de werkgroep die in opdracht van de Nederlandse Taalunie een hervorming van de spelling uitwerkte. Voor ons studenten was prof. Geerts een ongenaakbare persoon. Hij stond bekend als streng, en als iemand die eigenlijk helemaal niet graag les gaf aan kandidatuurstudenten (eerste- en tweedejaars), omdat hij ervan uitging dat er nog veel kaf tussen het koren zat (zeker bij eerstejaars, en daar had hij ook ergens gelijk), en dat dat verspilde energie van zijn kant was. De eerstejaars vreesden hem, de tweedejaars leerden hem waarderen en de licentiestudenten met interesse in taalkunde volgden graag les bij hem.

Terug naar de spelling: die dateerde alweer van 1954 en er bestonden op dat moment twee versies, een voorkeurspelling en een progressieve spelling. Het werd dus wel tijd om dat eens te gaan stroomlijnen. En daarom belastte de Nederlandse Taalunie begin jaren negentig een werkgroep met deze opdracht. Deze groep taalkundigen werkte er vier jaar aan, met als doel een spelling te ontwerpen met duidelijke en strakke regels en waarbij het aantal uitzonderingen (die in het Groene Boekje stonden en nog staan) gedecimeerd zou worden. Kortweg: als je de regels kende, zou je vrijwel foutloos moeten kunnen spellen. In de praktijk betekende dat in hoofdzaak een regeling voor de c/k-spelling, de tussen-n en voor de spelling van tal van ingeburgerde leen- en bastaardwoorden. Een van de gevolgen was uiteraard wel dat de concrete spelling voor tal van dat soort woorden drastisch zou veranderen, maar men zag dat niet echt als een probleem. Op langere termijn zou iedereen immers wel wennen aan die nieuwe schrijfwijze, dacht de werkgroep. Maar enkele dagen voor de werkgroep haar resultaat officieel bekend zou maken, liep het mis.

Het was De Standaard die einde maart 1994 uitpakte met een gelekt rapport van de spellinghervorming. Ik herinner me vooral een heel negatief artikel, eigenlijk een opiniestuk, waarin aan de hand van enkele opvallende veranderingen het hele voorstel van tafel werd geveegd. “We zullen dan ‘sjampanje’ en ‘sjokolade’ en ‘pannenkoek’ moeten schrijven, dat kan toch niet!”, dat was teneur ongeveer. De reactie op dit artikel was, toch voor pre-internettijden, immens. Hoewel iedereen het erover eens was dat er iets aan de spelling moest veranderen, waren deze veranderingen toch echt wel te drastisch. ‘Pannenkoek’, hoe verzinnen ze het! Het voorstel was door het publiek al afgekraakt voor men goed en wel wist wat het inhield, omdat het meteen als een te grote verandering en dus aantasting van de taal zelf werd ervaren. De Nederlandse en Vlaamse ministers van Onderwijs en Cultuur, die in de Taalunie zetelen en het taalbeleid, waaronder de officiële spelling valt, bepalen, volgden deze storm van protest. De spelling-Geerts (die je hier kan lezen) werd afgevoerd voor de werkgroep zelf ze goed had kunnen toelichten, en er werd besloten dat de voorkeurspelling, met enkele aanpassingen, de enige juiste werd. Pittig detail: door een van die aanpassingen schrijven we sindsdien ‘pannenkoek’ in plaats van ‘pannekoek’.

De dag nadat dit artikel verscheen, had ik les van prof. Geerts. Hij kwam binnen, een beetje gebogen, en zijn eerste woorden waren: ‘Geen woord over spelling, alstublieft.’ Ik had op dat moment oprecht medelijden met de man. Jaren werk, met een resultaat dat voldeed aan de doelstelling, door één krantenartikel op basis van enkele woorden van tafel geveegd. Alle erkenning en respect dat hij had opgebouwd de jaren voordien was van geen tel meer. Het moet een heel zware slag geweest zijn, voor hemzelf en voor zijn collega’s. Want het was niet alleen dat spellingvoorstel dat op dat moment naar de prullenmand werd verwezen. Men besefte plots ook dat professor zijn, een erkende expert, geen garantie meer was om te wegen op het taalbeleid. Je moest het ook verkocht zien te krijgen bij ‘de mensen’, en liefst voor ze het op basis van onvolledige, en zelfs onjuiste informatie al hadden afgewezen. Het was een echte schok, die nog jaren nadien bleef zinderen. Het studentenblad Veto, dat behoorlijk wat Germanisten in de redactie had, besloot de spelling-Geerts toch toe te passen, en heeft dat 8 jaar lang consequent (konsekwent) gedaan. Professoren aan wie wij, studenten, vroegen ons die nieuwe spelling uit te leggen, deden dat schoorvoetend en nadat ze ons eerst heel erg duidelijk hadden gemaakt dat ze er *niet* achter stonden en we eigenlijk beter schreven zoals we zelf wilden. De officiële spelling van 1995 keurden ze expliciet af, en pasten ze zelf liefst zo weinig mogelijk toe. Prof. Geerts zelf is enkele jaren later met vervroegd emeritaat gegaan, op zijn 60ste, en dat is vrij uitzonderlijk. Er werd een verklaring voor gegeven, maar het was duidelijk dat het voor hemzelf na die spellingheisa allemaal niet meer hoefde.

Intussen zitten we met een spelling die nog steeds complex en voor veel mensen verwarrend is, met een Groen Boekje dat nog steeds vrij volumineus is en met het vooruitzicht dat de spelling om de 10 jaar herzien kan worden. En het vervelende gevoel dat het helemaal anders had kunnen zijn.