Het einde van de straatnaam

Door Marc van Oostendorp



Ik woon in Leiden op de Rijn en Schiekade. Moet er geen streepje achter Rijn staan? Nee, dat moet niet. Waarom niet? Daarom niet, die kade heet nu eenmaal zo en wanneer jullie erover willen discussiëren, meld je je maar bij de Taalprof. Klaar.

Gisteren had ik desalniettemin een discussie over straatnamen. Zijn die niet ten dode opgeschreven?

En waarom hebben we eigenlijk straatnamen? Het zijn onhandige administratieve hulpmiddelen uit een bijna vervlogen tijd. Wanneer je vroeger iemand wilde bereiken, lieve kindertjes, moest je die persoon een brief sturen of een bloemetje, of bij die persoon langs gaan. Er was dus een systeem nodig waarop je de postbode of de bloemist of jezelf kon duidelijk maken waar die persoon precies woonde. Maar nu?


De laatste paar decennia is het belang daarvan feitelijk al verminderd, door de invoering van de postcode. Inmiddels geldt de straatnaam vooral als een soort controle voor die postcode: je zegt tegen de telefoniste 2311 AN en je huisnummer, en zij zegt “Dus u woont op de Rijn- en Schiekade”?Nu heb je voor je adres dus nog dat huisnummer nodig, en de postcode is misschien te grof. Maar je kunt juist ook veel preciezer zijn, door coördinaten te gebruiken, bijvoorbeeld die van Google Maps. Ik werk bijvoorbeeld op @52.3319354,4.9146138,17z.

Het systeem van straatnamen is in de negentiende eeuw ingevoerd, we kunnen er in de eenentwintigste eeuw wel weer vanaf. Bij dit perfecte netwerk dat we over de wereld hebben gelegd, hebben we het niet meer nodig. Ja, om te zeggen ‘ik ga wandelen langs de Witte Singel’. Maar er komt een tijd dat jongeren zoiets niet meer begrijpen, dat er een voetnoot moet worden geplaatst bij de openingszin van De uitvreter om uit te leggen wat een straatnaam was.

Er bestaat ook een Nederlands weblog dat geheel aan dit curieuze folkloristische fenomeen is gewijd: Over straatnamen.