Waarom nieuwslezers volgen

Door Marc van Oostendorp

Het is vreemd om een nieuwslezer tegen te komen. Je kent de stem, maar zo iemand blijkt er altijd anders uit te zien dan je dacht. Kennelijk vorm je je op basis van een stem onwillekeurig een beeld van de persoon. (Ik ben zelf ook wel eens iemand tegengekomen die zei: ‘ik dacht dat u zwart haar had en slank was!’ Toen heb ik mijn haar geverfd en ben naar de sportschool gegaan, maar niet iedereen is zo dienstwillig.)

Gisteren kwam ik dus een nieuwslezer tegen en ik kon een paar minuten met hem praten voor hij weer ging nieuwslezen. Hoewel we weinig tijd hadden, vertelde hij een aantal interessante dingen. Dat zijn stem eigenlijk wat te hoog was bijvoorbeeld, voor de moderne tijd.

Tot zo’n veertig jaar geleden kon een nieuwslezer bij wijze van spreken niet hoog genoeg spreken. Philip Bloemendal was eerder een tenor dan een bariton. Dat geluid werd helder gevonden, maar de laatste decennia is het gaandeweg omlaag gegaan. Nu moet een stem ‘betrouwbaar’ klinken, en betrouwbaar betekent: laag.

Nieuwslezers denken verder natuurlijk na over dezelfde dingen als fonologen, maar dan op een praktische manier. Over de veranderende uitspraak bijvoorbeeld. Lange tijd zeiden nieuwslezers drugs op zijn Engels, met een on-Nederlandse klinker en een stemhebbende g Het klonk plat om het anders te doen. Inmiddels klinkt die Engelse uitspraak juist overdreven (wanneer is dat veranderd?) en doen zelfs nieuwslezers het niet meer.

Dat geldt ook voor de klemtoon in volksgezondheid: die werd lange tijd op volk gelegd, om dit soort gezondheid te onderscheiden van die van de enkeling. “Inmiddels zegt zelfs de minister volksgezóndheid.” En de nieuwslezer dus ook.

Nieuwslezers worden in ons taalgebied traditioneel beschouwd als de modelsprekers bij uitstek. Maar ook zij doen uiteindelijk wat alle mensen doen in taalzaken. Ze volgen.