Een teloorgang van onze beschaving

Door Marc van Oostendorp


Soms probeer ik me voor te stellen hoe het is om iemand anders te zijn: de vrouw die een roze fiets met een lekke band meesleurt over de kades, de treinconducteur met een koortslip, een jongen die een totaal versleten rokkostuum draagt. Meestal lukt het in ieder geval naar mijn eigen tevredenheid. Maar hoe het is om iemand te zijn die ‘een teloorgang van onze beschaving’ afkondigt, daar kan ik me echt niets bij voorstellen.

Het gebeurde deze week voor de zoveelste keer in de Volkskrant, de krant die zich specialiseert in het onbeheerst moord en brand schreeuwen als het over taalzaken gaat. Vorige week mocht René Appel al melden dat het feit dat de Universiteit van Maastricht een bestuurslid heeft die uit het buitenland komt (man, man) ‘een reele dreiging voor het Nederlands als cultuurtaal’ vormt. Deze week was het de beurt aan twee historicae die de kladderadatsj voorzien in het ‘ongebreideld tutoyeren van jan en alleman’.

 Wanneer men met een dergelijke boodschap komt, hoeft men natuurlijk niet meer te kunnen redeneren of te formuleren om de kolommen van de Volkskrant te halen.
Wat moeten we ons bijvoorbeeld voorstellen bij een teloorgang van onze beschaving? Gaat onze beschaving iedere maandagochtend teloor? Wat is het nut van de toevoeging ongebreideld bij tutoyeren van jan en alleman? (Ik krijg het beeld voor ogen van hordes opgeschoten jongeren die op straat keihard bejaarde historicae ‘jij! jij! jij!’ in het gezicht lopen schreeuwen en maar niet van ophouden weten.) En hoezo is ‘het uitsterven van “de gentleman”‘ volgens de historicae ‘een doodzonde’? Moet een doodzonde niet door iemand worden begaan? Wie is dat in dit geval?

De historicae van de Volkskrant halen er van alles en nog wat bij: dat ‘hoogwaardigheidsbekleders’ zoals ‘dokters, docenten en buschauffeurs’ niet meer met respect worden bejegend, dat er te veel wordt gezoend, dat mannen ‘nooit meer’ een etentje betalen voor een vrouw. Een poging om deze zaken op de een of andere manier te herleiden tot het woordje u, of op zijn minst uit te leggen waarom je de aanstaande teloorgang niet beter kunt redden door etentjes voor vrouwen te betalen en minder te zoenen dan door je te richten op een enkel woordje, wordt niet ondernomen.

Het taaldebat is in sommige opzichten het spiegelbeeld van het milieudebat. Hoewel in het laatste geval vrijwel iedere deskundige zich zorgen maakt, vinden sommige kranten het leuker om de schreeuwers aan het woord te laten die menen dat er niets aan de hand is. In taalzaken is er geen deskundige te vinden die meent dat het niet goed gaat met de taal in Nederland, en dus laat de Volkskrant alleen maar mensen aan het woord die zo hard mogelijk schreeuwen dat de tohoewabohoe voor onze taal nu echt aanstaande is.

Ik zeg u, een einde der tijden is nabij.