De nieuwe taalregel van 2013

Juryrapport


Door Marc van Oostendorp


Soms vragen wij op de redactie van Neder-L ons weleens af waar het allemaal naartoe moet. De Nederlandse taal wordt steeds vaker gebruikt door onbevoegden. De diagnose daarvoor is eenvoudig: er zijn veel te weinig taalregels. Je zou eigenlijk willen dat een ieder die onze taal wil schrijven of spreken, allereerst een dik boek van achthonderd bladzijden vol spijkerharde regels uit zijn hoofd zou moeten leren. Maar zo’n boek bestaat niet eens; sterker nog, je zou zo’n boek tot nu toe niet gevuld krijgen.
Gelukkig zijn dit jaar er weer talloze nieuwe strenge regels binnengekomen, die onze taal ieder voor zich zullen verrijken. U vindt deze allemaal bij mekaar op deze pagina.

Het was voor de jury niet gemakkelijk om een keuze te maken. Er zaten enkele zeer bruikbare regels bij. Zo was er het voorstel van ‘Henk’ om zinnen als Blijven jullie bij ons eten? voortaan af te keuren
De reden daarvoor is dat blijven alleen mag worden gecombineerd met werkwoorden die een lichaamshouding uitdrukken. Blijven jullie even zitten mag dus wel, net als blijven jullie bij ons om met ons te eten. Deze inzending krijgt een eervolle vermelding. De jury beveelt alle taalgebruikers van harte aan om voortaal zinnen als blijven jullie bij ons eten voortaan te vermijden omdat sommige mensen zich daar nu eenmaal aan storen. Verplicht stellen willen we de regel echter niet, vooral omdat de regel volgens sommigen een frisisme is, een teken van het oprukkend Fries in het Nederlands.

Ook een goede kanshebber was Claudia Ruigendijk, die terecht wijst op de hopeloze verwarring die er ontstaat door zinnen als Ik vind het belangrijk om consequent asociaal gedrag aan te pakken, omdat het volkomen onduidelijk is waarop consequent eigenlijk slaat. Dergelijke zinnen moeten daarom ten strengste worden afgekeurd en vervangen door ofwel Ik vind het belangrijk om consequente vormen van asociaal gedrag aan te pakken ofwel Ik vind het belangrijk om asociaal gedrag consequent aan te pakken. Ook in dit geval geldt dat wij er bij taalgevoelige sprekers en schrijvers van harte op aandringen om Ruigendijks regel te volgen. Helaas is Ruigendijk echter gediskwalificeerd doordat zij in haar bijdrage verwarring schept over de reglementen van de speurtocht naar de nieuwe taalregel van 2013 (met name de inzenddatum).

De laatste persoon die een eervolle vermelding verdient is Wannes L., die een regel inzond om de verschillende vormen van of uit elkaar te houden (Wil je koffie of thee? tegenover Ik vraag of je koffie wil?) De grote verdienste van deze regel is dat hij zo ingewikkeld is dat zelfs de jury van de prijs hem niet helemaal begrijpt. Tegelijkertijd bleek dit uiteindelijk een obstakel bij het toekennen van de prijs aan Wannes L. De dubbelzinnigheid van of blijft ons overigens een doorn in het oog.

Hiermee zijn we aangekomen bij de terechte winnaar van dit jaar. Dit is Bert Cappelle, met zijn ongehoord knappe en uitvoerig gedocumenteerde aanklacht van de laksheid en slonzigheid van de meeste, of eigenlijk alle, Nederlandse taalgebruikers die vaak slechts één keer er zeggen, terwijl zij eigenlijk vele erren bedoelen. Wij citeren hier slechts Cappelles behandeling van één geval, maar feitelijk bespreekt hij er meerdere:

De volgende zin, door de ANS nochtans zeer ten onrechte als goed aangerekend, is overduidelijk fout:

(1) (Gisteren stonden er elf grammatica’s in de kast.) *Nu staan er nog maar zeven.

De fout in deze zin ligt erin dat er er maar één “er” in staat in plaats van drie: de “er” in zijn presentatief gebruik (“Er staan zeven grammatica’s in de kast”), de “er” in zijn kwantitatief gebruik (“Grammatica’s? Ik heb er nog maar zeven staan in de kast”) en de “er” in zijn locatief gebruik (“Ik keek in de kast en zag er zeven grammatica’s staan”). Elk van die gebruiksgevallen heeft zijn eigen raison d’être. Ze als taalgebruiker zomaar laten samenvallen in één “er” getuigt zowel van extreme laksheid als van een gebrek aan taalkundig inzicht. De ANS registreert gewoon dat dit stelselmatig gebeurt en verzuimt het zo in dit verderf in te grijpen met een duidelijke prescriptieve regel (zie verder voor een voorstel). (…)

Hoe moeten de foute ANS-zinnen hierboven worden gecorrigeerd? Dat is eenvoudig. De door taalkundige en intellectuele luiheid en nefaste historische conventie samengevallen “er’s” moeten elk apart expliciet worden vermeld. Daar hebben ze recht op. Dus (1) wordt voortaan in goed Nederlands:

(1)’ (Gisteren stonden er elf grammatica’s in de kast.) Nu staan er er er nog maar zeven.

Men hoeft overigens niet aan te voeren dat het meervoudig opeenvolgend voorkomen van eenzelfde woord een zin ongrammaticaal maakt, want dat dat dat zou doen, slaat nergens op.

De jury prijst Cappelle voor de elegante en gebruikersvriendelijke manier waarop hij deze netelige kwestie tot klaarheid heeft gebracht en ten strijde trekt tegen de algehele verwildering der taalkundige zeden. Het weglaten van al die erren is de rechtgeaarde taalgebruiker natuurlijk ook al sinds jaar en dag een doorn in het oog.

De taalregel van 2013 wordt derhalve de Cappelle-regel.  De prijs, een gesigneerd exemplaar van het nieuwe boek Heb je nou je zin! wordt, zodra het verschenen is (gisteren zijn de drukproeven teruggestuurd naar de uitgever) naar u toegestuurd.