We worden verneukt!, schreef de hoogleraar

Door (prof. dr.) Marc van Oostendorp

Gisteren hadden de voorzitter van College van Bestuur en de rector magnificus van de Radboud Universiteit een ‘stevig gesprek’ met de hoogleraar Roos Vonk. De reden was dat ze het volgende bericht op Twitter had geplaatst:

De woordvoerder van de universiteit liet aan de NRC weten: ‘Ze hebben haar duidelijk gemaakt dat een dergelijk bericht ongepast is, zeker voor een hoogleraar. Dat heeft zij ook begrepen.’

Dat is intrigerend: waarom is zo’n bericht ongepast? En waarom geldt dat ‘zeker voor een hoogleraar’? Wat voor speciale eisen worden er gesteld aan de tweets van hoogleraren?
Helaas doet de universiteit daar geen mededelingen over, en vraagt de krant er niet naar. We kunnen er dus alleen naar raden.

Het zal wel niet gaan om het ontbreken van een spatie in AH,heb. Het lijkt mij dat er ruwweg drie mogelijkheden zijn.

Vonk doet een uitspraak over een onderwerp waarover ze geen wetenschappelijke expertise heeft – de politieke besluitvorming van het schaliegas. Dat lijkt me de eerste mogelijkheid, maar het is niet erg waarschijnlijk dat dit bedoeld is. Het bestuur van de Radboud Universiteit zegt immers dat het versturen van dergelijke tweets in het algemeen ongepast is, en dat dit alleen nog maar iets meer geldt voor een professor. En men zal daar in Nijmegen toch niet menen dat niemand ooit iets over schaliegas mag zeggen die er niet op gestudeerd heeft.

De tweede mogelijkheid is dat Vonk woorden gebruikt als smoelwerk, bek en verneukt. Dit lijkt me eigenlijk ook niet zo’n waarschijnlijke interpretatie, voor een deel om dezelfde reden. Het zijn woorden die men in de betere kringen misschien niet iedere dag gebruikt, maar het is een beetje vreemd om als bestuur van een universiteit te stellen dat men in het algemeen eigenlijk beter niet van dit soort woorden zou moeten tweeten.

De derde mogelijkheid is dat Vonk uiting geeft aan een gewelddadige neiging jegens een minister. Dat is inderdaad iets waarvan je zou kunnen vinden dat men dat in het algemeen beter niet kan doen. Waarom ‘een hoogleraar’ zich ‘zeker’ aan die eis moet houden, zie ik dan weer niet in. Het was bijvoorbeeld al anders geweest wanneer men had verklaard dat bijvoorbeeld ‘zeker medewerkers van de Radboud Universiteit’ geen uiting mogen geven aan hun gevoelens van frustratie en aggressie. Dat zou dan een beleid zijn geweest van die universiteit. Nu wordt gezegd dat in het bijzonder hoogleraren (anders dan bijvoorbeeld collegevoorzitters of universitair docenten) hun zucht om deze of gene op de bek te slaan moeten onderdrukken.

De top van de Radboud Universiteit kent daarmee aan de hoogleraar de plicht toe een moreel ijkpunt te zijn, iemand die zijn emoties onder controle heeft en zich nooit of te nimmer – in het publiek – laat gaan. Het hoogleraarschap is geen beroep, maar een waardigheid: hoogleraren horen betere mensen te zijn dan wij zondaars.

Je zou ook het omgekeerde kunnen beweren. De voornaamste, de enige plicht die de hoogleraar heeft, is niet die aan het fatsoen, maar aan de waarheid. Daarbij geldt de academische vrijheid, die je (onder meer) zou kunnen zien als een versterking van de vrijheid van meningsuiting. Een hoogleraar moet in die visie alles kunnen zeggen, mits zij zelf denkt dat het waar is. Dat lijkt me hier het geval. Vonk spreekt een waarheid uit: weliswaar een platte, en weinig interessante, zelfs nogal onbenullige. Maar niettemin is er geen reden om aan te nemen dat Roos Vonk loog toen ze schreef dat ze de lust voelde opkomen om iets te doen met het smoelwerk van de minister.