Klankencyclopedie van het Nederlands (40): [iː, yː, uː]

Door Marc van Oostendorp


[iː, yː, uː] Het Nederlands heeft geen echt lange klinkers. Althans, de [a] in baad is bijvoorbeeld wel systematisch langer dan de [ɑ] in bad, maar die klinkers verschillen ook nog op een andere manier van elkaar: als je de [ɑ] lang aanhoudt, krijg je niet automatisch een [a].

Dat ligt iets anders voor de [iː, yː, uː]. De [i] in bier is wel degelijk alleen maar langer dan die in biet; zoals de [y] in buur langer is dan die in buut, en de [u] in boer langer dan die in boek. Het verlengingsteken [ː] dient om dat weer te geven: [biːr, byːr, buːr].

Die verlengde klinkers vinden we altijd voor de r, althans als de klinkers zelf beklemtoond zijn en helemaal aan het eind van het woord staan:
het is wel virus [viːrʏs], maar de klinker blijft kort in piraat [pirat]. Andere klinkers zoals ee, oo, en eu worden in woorden als beer, boor en beur ook langer, maar gaan dan ook echt anders klinken dan de klinkers in beet, boot en geut.

In sommige (leen)woorden vinden we de lange klinkers soms ook voor een andere medeklinker dan de [r]: team, centrifuge, boom! Dit soort klinkers worden daarom wel ‘leenklanken’ genoemd: ze zouden niet echt bij het Nederlandse systeem horen. Aan de andere kant wordt de t in team in een Nederlandse zin nooit op zijn Engels uitgesproken (met een zogeheten geaspireerde t), terwijl bij weten van de encyclopedist niemand de neiging heeft de i-klank aan te passen aan wat dan wél het Nederlandse systeem zou zijn.

Ook in dat geval staat de lange klinker altijd in de lettergreep met hoofdklemtoon, of het is de enige klinker in het woord. (Veel Nederlandse dialecten, vooral in het zuiden en het oosten van het taalgebied, hebben nog veel meer woorden met van die echte lange klinkers.)