Hoe de taal dicht gaat slibben

Het taalnieuws van het jaar

Door Marc van Oostendorp

Het belangrijkste taalnieuws van het jaar staat deze week ergens achteraf in een donker hoekje van Onze Taal, alsof het er helemaal niet toe doet. In een artikel dat verder gaat over het curieuze verschijnsel dat tekstschrijvers soms expres woorden afwijkend spellen op webpagina’s om hoger in de ranking van Google te komen – ze schrijven bed and breakfast mogelijkheden, omdat niemand ooit zoekt op breakfastmogelijkheden –, schrijft Marieke Kolkman ineens:

Twee jaar geleden vulde Google zijn zoekmachine aan met een rangschikkingsfactor die de kwaliteit van een webpagina meeweegt, door te kijken naar correcte spelling, grammatica en stijl.

Ik vermoed dat dit op den duur weleens de manier waarop wij kijken naar ‘correcte taal’ ingrijpend kan veranderen. Misschien is het zelfs wel het belangrijkste nieuws van de afgelopen paar jaar.
Want wat wil dit ene zinnetje zeggen? In de eerste plaats zullen de tekstschrijvers hier natuurlijk rekening mee houden. Ze moeten wel. Wanneer deze ‘rangschikkingsfactor’ belangrijk wordt, komt een tekst met ‘incorrecte’ spelling, grammatica of stijl niet hoog voor in de zoekresultaten. En een pagina die je met Google niet kunt vinden, bestaat niet: bijna alle bezoekers voor bijna alle pagina’s komen vanaf die zoekmachine.
Dat zou op zichzelf natuurlijk nog niet zulke dramatische consequenties hebben. Ik neem aan dat veel tekstschrijvers toch al hun best zullen doen om ‘correct’ te schrijven. Veel belangrijker is dat Google nu kennelijk met zijn ‘rangschikkingsfactor’ gaat bepalen wat ‘correcte’ spelling, grammatica en stijl zijn.
In de eerste plaats is het niet zo evident waar ze de wijsheid vandaan halen waar het over grammatica gaat, en al helemaal niet als het gaat om stijl. Wat is precies een ‘correcte’ stijl? Ik neem aan dat het bepaald zal worden op de manier die Google voor vrijwel alles hanteert: door te tellen. Door grote hoeveelheden documenten te bekijken waarvan op de een of andere manier is bepaald dat ze wel ‘correct’ zullen zijn – bijvoorbeeld doordat ze vaak geraadpleegd worden door mensen die naar officiële documenten op zoek zijn – en daar te tellen hoe vaak het ene woord na het andere staat. ‘Groter dan’ is dan correcter dan ‘groter als’ zolang meer mensen op officiële documenten de eerste gebruiken dan de tweede.
Het lijkt me dat hier mogelijk een ongekende conserverende, om niet te zeggen verstenende, kracht van uitgaat. Omdat iedereen graag op Google gevonden wil worden, zal iedereen zoveel mogelijk schrijven zoals Google heeft uitgerekend dat iedereen schrijft. Hoe meer vaste formules je gebruikt en hoe minder origineel in je taalgebruik je bent, des te groter de kans dat mensen je lezen. Het lijkt me dat de taal – althans de openbare taal, de taal die gelezen wil worden, niet per se de taal die mensen daadwerkelijk gebruiken – daardoor weleens akelig dicht kan gaan slibben.