Medicijnen zijn de ziekte van de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Gisteren had ik het met een jonge onderzoeker over de vraag hoe het nu verder moet met de wetenschap. Zij had twee recente artikelen gelezen (dit in PLOS Medicine en dit in Nature) waarin werd aangetoond dat een groot percentage van alle in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerde resultaten fout is, verkeerd, misleid.

Het komt allemaal door het enorme prestige dat de medicijnen tegenwoordig hebben, besloten wij. Langzamerhand worden steeds meer vakken steeds strakker gemodelleerd op dat van de medicijnen. Medici denken ook echt dat zij het hoogtepunt van de wetenschap hebben bereikt — denk aan Dick Swaab, denk aan Piet Borst. Terwijl het tegendeel het geval is.
De meeste medici zijn niet geïnteresseerd in begrijpen. Ze willen niet echt weten hoe een ziekte veroorzaakt wordt, ze willen een middel vinden om ziekten te genezen. Het onderzoek gaat daarover: onomstotelijk aantonen dat een geneesmiddel werkt, door het onder perfect gecontroleerde omstandigheden ‘double blind’ aan een grote groep toe te dienen, en dat te vergelijken met een even grote, goed vergelijkbare controlegroep. En daar dan statistiek op te doen.

Medicijnen gaat niet over begrip, medicijnen gaat over zorgvuldig aantonen dat iets werkt. Medicijnen is daarmee in de handen van de meeste medici geen wetenschap, maar een technologie.
Begrijp me goed, dat is niet erg; integendeel. Ik geloof dat ik zelf ook liever een medicijn neem waarvan men heeft laten zien dat het werkt, al begrijpt niemand waarom, dan van een medicijn dat logischerwijs zou moeten werken, al is dat nooit aangetoond.

Het is alleen verkeerd om die manier van doen als model te nemen voor de wetenschap. Wetenschap gaat niet over het nemen van tienduizend proefpersonen, maar over proberen te begrijpen hoe het zit. En daar zijn de medicijnen niet goed in.

Helaas zijn de medici verder wel ongeveer overal goed in waar een mens goed in zou willen zijn. Ze halen zakken met geld binnen, bijvoorbeeld bij de farmaceutische industrie. Ze helpen mensen met iets wat de meeste mensen heel belangrijk vinden — hun gezondheid. En ze hebben allerlei strakke procedures, zodat de wetenschap een echt beroep wordt, zonder grote risico’s.

En zo beginnen steeds meer wetenschappers op de medicijnen te lijken. Het doel is niet om te begrijpen, maar om statistisch aan te tonen dat de zaak onder controle is. Helaas lukt dat vaak, bijvoorbeeld in de geesteswetenschappen, minder goed, bijvoorbeeld omdat het voor de gemiddelde taalkundige veel te duur is om 10000 proefpersonen te laten meedoen aan een onderzoek.

En zo verpaupert de wetenschap. Ze is alleen maar op zoek naar steeds meer data – die ook nog in meerderheid foutief blijken te zijn.

Ja, vrolijk is anders. We waren wel aan een paar vrije dagen toe, de jonge onderzoeker en ik. Prettige Hemelvaartsdag!