Hoe zeg je Brueghel? En hoe schrijf je het?

Door Marc van Oostendorp 

Ik heb weleens een Italiaan ontmoet die vond dat Nederlanders de naam Bruegel verkeerd uitspreken. Dat hoort natuurlijk [bru:ɡɛl] te zijn, met de ue van broer. We praatten daar even over door en bedachten toen samen dat Engelstaligen vaak [brɔɪɡl̩] zeggen. Toen ontstond er alsnog verbroedering tussen het noorden en zuiden van de eurozone over zulke Britse eigenaardigheid.

Want hoe valt die [ɔɪ] te verklaren? Het is een manier waarom Engelstaligen natuurlijk de Duitse [eu] nadoen – wanneer ze bijvoorbeeld Schadenfreude zeggen –, maar Bruegel is natuurlijk geen Duitse naam en voor zover ik kan nagaan heeft de familie zijn naam nooit als zodanig geschreven.

Het ingewikkelde is: wij zouden natuurlijk die naam juist wel zo schrijven, want we zeggen [brøɣəl].

Bovendien zijn er in ons land geen mensen meer die (van) Brueg(h)el heten, zo blijkt uit de Nederlandse Familienamendatabank. De naam Van Breugel komt nog wel voor; en ook de plaatsnaam schrijven we inmiddels als (Son en) Breugel.

Het is dus net alsof er het volgende gebeurd is: de Engelsen hebben de gemoderniseerde spelling van de naam genomen en spreken deze uit alsof het een Duitse naam was.

Er is nog iets eigenaardigs met de naam en dat is dat de h volgens Wikipedia door Pieter de Oude in 1559 verwijderd is. Voor die tijd signeerde hij met Brueghel, na die tijd met Bruegel. Niet alleen kan ik nergens vinden waarom hij dat gedaan heeft, ik zie zelfs niet dat iemand zich daar ooit zorgen heeft gemaakt.

Al die verwarring past natuurlijk wel, zou je kunnen zeggen, bij de schilder die het icoon van de taalwetenschap geschilderd heeft – het schilderij dat vaker dan ieder ander op het omslag van taalkundige boeken is afgedrukt: de Toren van Babel.

De Britse foneticus John Wells blijkt onlangs op min of meer dezelfde kwestie gestuit te zijn. Lees ook het commentaar onder het blog dat al snel ontaardt in een discussie over de hopeloosheid van de Nederlandse spelling.