Eindexamen Nederlands: Het is veel erger

Door Marc van Oostendorp

In NRC Handelsblad van gisterenavond gaat Klaas Heemskerk van lerarenvereniging Levende talen in op mijn bezwaren tegen het eindexamen Nederlands. “Het is veel erger”, schrijft hij. “Het hele examensysteem is uit balans geraakt.” Hij beschrijft hoe scholen er steeds meer gericht raken om scholieren de onzinnige vragen te laten beantwoorden van het centraal eindexamen. Zelfs de schoolexamens raken aangetast: omdat de beoordeling van het schoolexamen niet teveel mag afwijken van het centrale deel, geven sommige scholen kennelijk al oude centrale examens, in plaats van toetsen over literatuurgeschiedenis.

Het stuk van Heemskerk staat helaas niet online, maar hij baseert zich op een rapport dat Levende talen online zette, en dat staat op de website van de vereniging. Lees, en schrik.


Ondertussen is mijzelf deze week in gesprekken met allerlei mensen nog een andere dimensie van deze problematiek duidelijk geworden en dat is dat het gedrag van het College van Examens in dezen zeer laakbaar is: arrogant en doof voor kritiek.

Gisteren sprak ik bijvoorbeeld een lerares Nederlands die me vertelde dat ze een paar jaar geleden weleens had geklaagd bij het college over een soortgelijke kwestie als ik vorige week aanhangig maakte: er was een meerkeuzevraag waarop meer dan een antwoord goed leek. Het antwoord van het college voor examens was kortaf: nee, er was maar één antwoord goed en wie dat niet goed begreep, had de stof kennelijk niet in de vingers.

Prachtige stijl

Van een andere leraar kreeg ik inmiddels het antwoord toegespeeld dat het college van examens deze week stuurde aan een leraar die zich beklaagde over de inmiddels beruchte vraag over de cirkelredenering in het vwo-examen van dit jaar (de vraag waarover de leraar Jaap Linde zich deze week door de Taalprof liet overtuigen dat het ‘goede’ antwoord inderdaad niet deugt).

Ik citeer (let vooral ook op de prachtige stijl waarin een en ander geschreven is, echt de stijl van iemand die denkt dat teksten er vooral voor zijn om meerkeuzevragen over te beantwoorden):

Dank voor uw onderstaande opmerkingen betreffende vraag 5 CE vwo Nederlands 2013 tv-I. Hierbij doe ik u onze reactie toekomen. 

 In alinea 3 worden voetbalhooligans die het Feyenoordstadion slopen als voorbeeld gesteld. Hierop volgt de claim “Historisch besef is geen vanzelfsprekendheid”. Met die claim wordt bedoeld dat je niet zomaar mag verwachten dat iedereen historisch besef heeft; de claim spreekt het impliciet gebleven idee tegen, dat historisch besef wél vanzelfsprekend is. 

Een kritisch lezer kan de passage interpreteren als een overhaaste generalisatie: op grond van één voorbeeld is het impliciet gebleven idee niet direct ontkracht: er zijn immers allerlei verklaringen voor te bedenken dat voetbalhooligans mét historisch besef toch het Feyenoordstadion slopen: ze zien het bijvoorbeeld niet als een belangrijk historisch monument, zodat hun historisch besef geen alarm slaat en hen van die daad weerhoudt. Of ze zijn zo dronken dat het wel degelijk aanwezige historische besef niet werkt zoals men graag zou willen. Of de groepsdruk verleidt hen ertoe om mee te doen. Kortom, allerlei alternatieve verklaringen zijn niet uit te sluiten met dit ene voorbeeld. Om die reden kan een kritisch lezer in de passage wel degelijk een overhaaste generalisatie – een algemene uitspraak op basis van één betwistbaar voorbeeld – lezen.

Geen zwaan maar een raaf

Wat moet je hier nu over zeggen? (Of beter gezegd: welke reactie moet je hier nu je lezers over doen toekomen?) Hoeveel warhoofdigheid kan een mens verdragen?

Het College voor Examens denkt kennelijk dat als iemand een argument gebruikt dat gebaseerd is op een voorbeeld, er altijd sprake is van een generalisatie. En dat als er iets op dat argument is aan te merken, dat er dan sprake is van een ‘overhaaste’ generalisatie.

Maar, ik leg het nog één keer uit, dat is niet zo. Wanneer ik beweer dat niet alle zwanen wit zijn, en ik bewijs die stelling door te wijzen op een zwarte vogel, dan maak ik een denkfout als die vogel geen zwaan is maar een raaf. Maar die denkfout is geen overhaaste generalisatie. Maar dat is precies wat het College in het citaat doet: het zegt dat Mathijsens voorbeeld niet deugt, en daarom is er een onjuiste generalisatie.

Poortwachter

Het College denkt dat je inderdaad een algemene uitspraak doet op basis van een betwistbaar voorbeeld, dat je dan een overhaaste generalisatie maakt. Het begrijpt niet dat het niet gaat om de betwistbaarheid van het voorbeeld, maar de structuur van het argument. Het begrijpt niet waar het eigenlijk over praat.

Maar het gedraagt zich ondertussen wel als de poortwachter voor een nieuwe generatie. Wie niet onder het onzinnige juk door wil, wordt de laan uitgestuurd.

Meneer Heemskerk! Wanneer ik u kan helpen in uw strijd tegen deze moloch sta ik tot uw beschikking.