Klankencyclopedie van het Nederlands (31): [r]


door Marc van Oostendorp
[r] De r kun je als spreker van het Nederlands op heel veel verschillende manieren maken. Dat is een van de vele raadselen die deze klank omgeven, want al die verschillende manieren hebben heel weinig met elkaar te maken. Hoezo kunnen we dan eigenlijk zeggen dat het toch om een en dezelfde klank gaat? 
Er is de r die je maakt door je tongpunt te laten trillen, en de r die je maakt door je huig te laten trillen. Er is de Sacha de Boer-r, die je maakt door je tong achterin je mond tot een propje te maken, en de Leidse r waarbij je je tong helemaal omkrult. Er is de r die tot een soort j geworden is mooi weej, en er is de r waarvan bijna niets meer te horen is (dat is waah).

Het wonderlijke is: voor zover we weten had heel Europa een paar eeuwen geleden slechts een manier om de r uit te spreken: de tongpunt-r. Er waren natuurlijk wel wat mensen met een spraakgebrekje die die r niet konden maken, zoals er nu mensen zijn die de s niet goed kunnen zeggen omdat ze slissen.
Maar die mensen waren in de minderheid. En moet je nu eens zien: in het Verenigd Koninkrijk vind je de tongpunt-r alleen nog aan de randen, zoals in Schotland. In Frankrijk en Duitsland zijn het ook alleen nog wat gebiedjes in het zuiden waar de tongpunt-r nog voorkomt. In Scandinavië rukt de uitspraak op van zuid naar noord, en in Italië van noord naar zuid. Waar het begonnen is, valt niet te zeggen (Frankrijk? Duitsland), maar een olievlek breidt die uitspraak zich langzaam maar zeker uit over Europa.

In ons taalgebied heeft het tot gevolg dat er allerlei alternatieve manieren zijn om de [r] te zeggen. De oude tongpunt-uitspraak komt nog in heel veel gebieden voor, maar vrijwel overal vind je ook andere manieren om hem te zeggen. De meeste sprekers van het Nederlands hebben zelfs meer dan één uitspraakvorm tot hun beschikking.

Ik ben zelf op dit punt geloof ik een tamelijk prototypische standaardtaalspreker uit de Randstad. Ik gebruik vooral twee r‘en: de trillende huig, en een Sacha de Boer-r. Voor het gemak schrijf ik de eerste voortaan als r en de tweede als R. Omdat ik allebei de r‘en vrijelijk kan afwisselen, zou ik het woord raar op vier manieren moeten kunnen uitspreken:

1. – raar
2. – raaR
3. – RaaR
4. – Raar

In de praktijk gebruiken de meeste Randstedelijke sprekers alleen de eerste en de tweede mogelijkheid. De derde is min of meer zoals men het in het Leids doet (behalve dat de Leidse r dus net een beetje afwijkt van die van Sacha de Boer). De vierde wordt nergens aangetroffen.

Hoe komt dat? Het heeft ermee te maken dat de R veel meer op een klinker lijkt dan op een medeklinker. Mensen (alle mensen, overal ter wereld) streven in hun uitspraak altijd naar een regelmatige afwisseling van medeklinkers en klinkers: medeklinker-klinker-medeklinker-klinker, tata, is de ideale woordvorm.

De uitspraak raaR komt daar het dichtst bij in de buurt, en daar gaat de taalverandering dus naartoe. De wat conservatievere vorm raar is minder goed omdat hij eindigt op een medeklinker. De ‘Leidse’ vorm RaaR omdat hij juist niet begint met een goede medeklinker. Maar de vorm Raar heeft het helemaal verkeerdom – we kunnen dus voorspellen dat het Nederlands nooit die kant op zal gaan.

Ik houd op een aparte pagina bij welke klanken ik inmiddels behandeld heb in de Klankencyclopedie.