Kankermoer voor kinderen

Door Marc van Oostendorp
Ik weet niet hoeveel u kunt verstaan van de coupletten van het bovenstaande nummer, uitgevoerd door de jonge Amsterdamse aanstormende rapper Lil Kleine (‘de 17-jarige loodgieter‘). Ik vind het in ieder geval jammer dat ik nergens een uitgeschreven tekst kan vinden, want ik versta hooguit een enkel fragment (‘Ik hoef niks te weten van je holy ghost, ik weet alleen dat ik smoke till an overdose‘ is het langste aaneengesloten stukje dat ik kan volgen). Maar ik hoor wel dat de tekst op een eigenaardige manier contrasteert met het engelachtige gezicht van de Kleine.

Dat geldt ook voor het refrein. Het enige dat daar enigszins in character lijkt, is het feit dat roken als een bewijs wordt gezien voor het stoere karakter van de zanger:


Roken, drinken, vechten, stelen,
Het kan me allemaal geen ene kankermoer schelen.
Tuig, tuig, tuig, tuig van de richel.

Terwijl die zonden worden opgesomd die bewijzen dat deze man toch echt van de straat is, telt hij ook nog mee op zijn vingers (bijvoorbeeld op 0:25): 1-2-3-4. De indruk die het maakt is er toch vooral een van een groepje weldoorvoede Amsterdamse jongeren die ghettootje spelen. De hiphop wordt volkomen onschuldig gemaakt – op YouTube vind je vooral uitgebreid commentaar op het gebruik van kanker (wat bij mij overigens de vraag doet opkomen of er iemand is die de rest van de tekst wél verstaat).

Het lijkt me volkomen passend dat uitgerekend Danny de Munk het liedje nu ook heeft opgenomen in het kader van een programma van de TROS. Hij heeft er een moraal in aangebracht – het gaat niet meer over het nu, maar over het verleden en dankzij een meisje komt het allemaal aan het eind toch nog goed met dat gerook:

Ik was tuig van de richel
Roken, drinken, vechten, stelen
Het kon me allemaal echt niks meer schelen

De tekst van De Munks versie staat inmiddels wel online. We kunnen er veel uit leren over het idioom van het moderne levenslied. Zo beweert de zanger enerzijds dat hij ‘de straattaal’ sprak “eerlijk en oprecht”, maar de enige voorbeelden die hij geeft in de tekst zijn de woorden poen en kroeg; dat zijn nu niet echt woorden waar de gemiddelde commentator op YouTube zich erg over opwindt.

De Munks versie, die inmiddels in populariteit die van Lil’ Kleine lijkt voorbij te streven, is vooral nostalgisch: hij gaat over de tijd dat je al een zware jongen was als je naar de kroeg ging terwijl je geen poen bij je had. De tijd dat de penoze nog gezellig was: beetje roken, beetje drinken (niet zuipen – drinken), beetje vechten (niet schieten – vechten), beetje stelen. Ah, die Amsterdamse gein.

Maar eigenlijk is de oorspronkelijke versie van Lil’ Kleine natuurlijk niet veel anders. Ook Lil’ doet vooral stoer. Hij zegt weliswaar (schande!) de hele tijd kanker, maar ondertussen kan hij zijn zonden nog steeds letterlijk op de vingers van één hand tellen. De straattaal is nu klaar voor de TROS en daarmee volkomen onschadelijk gemaakt.