Waarom schreef men honderd jaar geleden nog geen smileys??

Ik begrijp iets niet over smileys. Waarom tekenden mensen in de negentiende eeuw nog niet van die vrolijke gezichtjes aan het eind van een zin? Dat was toen nog makkelijker geweest dan nu, in ieder geval in brieven: nog steeds kun je makkelijker een gezichtje tekenen dan typen 🙂

Een verklaring die je weleens hoort is dat we door de nieuwe media nu eenmaal veel sneller zijn gaan schrijven. Een sms’je is zo verstuurd, bij het chatten moet je nóg sneller zijn, en de snelheid van die media is op de een of andere manier overgegaan naar de wat langzamere media zoals e-mail.

Maar hoe vaker ik die verklaring hoor, des te minder hij bevredigt.
Smileys typen maakt elektronische communicatie allesbehalve sneller. En maakt de berichten ook niet korter, al is het maar omdat zo’n smiley dogen communiceert die je normaal gesproken niet uitschrijft (‘dit is een grapje’, ‘ik betreur het voorafgaande’), al is het maar omdat ze volgen uit het voorafgaande.

Heeft het dan te maken met het feit dat de schrijftaal spreektaliger wordt? Maar hoe zit dat dan? Waarom waren persoonlijke brieven vroeger dan niet zo spreektalig dat ze ook smileys bevatten? Toen ik jong was — ja lezer, ik ben ook ooit jong geweest — schreef ik nog brieven met de hand met vriendjes en vriendinnetjes. Het enige dat in de buurt kwam van een smiley was dat je xxx schreef onder een brief, waarbij die x stond voor een zoen (je zou het kunnen zien als een tekeningetje van een zoenende mond). Wanneer iemand erg verliefd was, tekende ze soms een hartje.

Evolutie

Iets anders kan ik me niet herinneren. Waarom niet? Was het toen soms niet nodig om af en toe duidelijk te maken dat je iets ironisch bedoelde in geschreven taal?

In zijn prachtige boek Reading in the brain laat Stanis Dehaene zien dat alle schriftsystemen — ons Latijnse schrift via het Arabisch tot en met Chinese karakters — altijd in hetzelfde deel van de hersenen is opgeslagen. Dat is op zich verrassend: hoe kan het dat alle mensen in alle culturen datzelfde deel gebruiken voor lezen — er valt nauwelijks aan te nemen dat dit een aangeboren vaardigheid is met een door de evolutie aangewezen gebiedje.

Volgens Dehaene komt het doordat dit nu eenmaal de beste oplossing is: het gebiedje dat we allemaal gebruiken is het visuele hersengebied dat nu eenmaal het dichtst zit bij het gebied waar we de klanken van taal verwerken.

Klinken

Dat gebied wordt verder (en wel evolutionair bepaald) gebruikt om om driedimensionaal te kunnen zien. Dat verklaart volgens Dehaene dan ook visuele overeenkomsten tussen schriftsystemen op de wereld. Zo is een T-achtige vorm heel gebruikelijk in schriftsystemen (soms als onderdeel van een ingewikkelder teken) en T-vormen kunnen herkennen is heel nuttig om te zien dat iets voor iets anders staat (de lijn omhoog wordt afgebroken door een vlak dat kennelijk voor die lijn is komen te hangen).

Aan de andere kant maken schriftsystemen, nog steeds volgens Dehaene, nooit gebruik van vormen uit een ander visueel gespecialiseerd gebied van de mens: dat van gezichtsherkenning. Oogvormen of kaaklijnen zul je vergeefs zoeken in volwaardige moderne schriftsystemen. Dat komt doordat het visuele gebied te ver van het fonologische gebied in de hersenen afligt.

Volgens mij werpt die theorie een nieuw licht op het verschijnen van smileys. Het is een teken dat moderne schrijftaal niet meer op spreektaal gaat lijken, maar er verder vanaf komt te liggen; het is een teken dat niet ieder teken dat we uittypen nog langer in ons hoofd tot klinken hoeft te worden gebracht.