Tactieken voor Ruzzle

Wie zich nog steeds zorgen maakt over de invloed van moderne media op de taalvaardigheid van de jeugd, moet het bovenstaande filmpje van eerder dit jaar eens bekijken. De Nederlander Flupkees laat er zien hoe hij binnen twee minuten honderden woorden vindt in een raster van vier bij vier in het populaire woordspelletje Ruzzle.

 

Zou er iemand van biven de veertig zijn die dit woordenspel beter kan spelen? Hoe komt deze jongen zo goed?

Flupkees wil zelf niet veel zeggen over zijn tactieken. Maar uit het filmpje worden een paar dingen duidelijk. In de eerste plaats beweegt hij vrij systematisch over het bord: hij zoekt als eerste zijn beginletters in de linkerbovenhoek en beweegt daarna in de twee minuten vrij systematisch tegen de klok in (linkerbenedenhoek, rechterbenedenhoek, rechterbovenhoek; het midden doet hij vooral tussen de benedenhoek en de bovenhoek in). Verder lijkt hij consistent de verschillende mogelijkheden van een en dezelfde beginletter te proberen (als ik het goed zie, neemt hij ook hier weer de mogelijkheden van de vervolgletters tamelijk systematisch in een beweging tegen de klok in rondom de beginletter).

Belangrijk is ook dat hij lang niet alle woorden goed heeft. Hij probeert zoveel mogelijk combinaties die enigszins plausibel lijken. Hoe bepaalt hij de plausibiliteit? Ik vermoed dat je door veel Ruzzle te spelen vanzelf een gevoel krijgt voor wat taalkundigen fonotaxis noemen, de regels van de taal over welke klinkers en medeklinkers elkaar kunnen opvoegen. Welke medeklinker kan er volgen als een woord begint met een k? Een n (knap), l (klap) of r (krap). De m hoef je niet te proberen – er zijn geen woorden die met km beginnen in het Nederlands. Na een s kunnen daarentegen bijna alle andere medeklinkers volgen. Alleen de r is nauwelijks de moeite van het proberen waard (ik weet niet eens of Ruzzle Sranan accepteert).

Het eind van een woord is in veel opzichten spiegelbeeldig aan get begin: een Nederlands woord kan bijvoorbeeld eindigen op nk (bank), lk (balk) of rk (bark). Het loont daarom misschien de moeite om nadat je een woord hebt aangestreept ook nog eens de terugweg te nemen, al zie ik Flupkees dat niet doen. Het werkt ook niet altijd: een woord kan wel eindigen op nt of lt (tent, spelt), maar er niet mee beginnen.

Ik denk niet dat Flupkees ooit een fonologieboek gelezen heeft, en ook niet of je daar nu per se een betere speler van zou worden. Snelheid en vertrouwdheid met de eigenaardigheden van de Ruzzle-woordenlijst (die bijvoorbeeld Deen en Ier niet accepteert) zijn waarschijnlijk minstens zo belangrijk. Toch is het een aardig idee dat al die tienduizenden die vandaag bij de oliebollen met hun iPhone spelen, ook een beetje fonologische analyse toepassen.

 

Mijn gebruikersnaam op Ruzzle is fonolog

 

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.