Letteren en cijfers (2)

De krant van vrijdag heb ik nog niet uit. Ik druppel nog even door. In het boekenkatern van de NRC gaat de onheilstijding over het boekenvak voort. Maar ‘onheil’ heeft daar meer betrekking op de tijding, de berichtgeving, dan op wat er wordt bericht. Het betreft een stuk onder de titel ‘Alles zal anders gaan‘. In de ondertitel staat ondermeer:
‘verkoopaantallen zijn niet meer zo vanzelfsprekend’.

Lees en herlees dat eens op je gemak, en vraag je af wat het betekent, want zo vanzelfsprekend is het niet, nee.

In het artikel schrijft Maria Vlaar:

‘Want hoe zouden de cijfers eruit hebben zien [sic] als de E.L. James-euforie níet een paar miljoen nieuwe klanten had gelokt […]?’

Het gaat in deze krant in één enkele editie, die ik vrijdag begon te lezen, van ‘tienduizenden’ in het commentaar, via 1.369.637 op de voorpagina, naar ‘een paar miljoen’ lezers van die grijzige tinten in de boekenbijlage. Kwantitatief een climax, kwalitatief en journalistiek bezien, het tegendeel.

En dan zwijg ik beleefd over de constructie van de zin. Het hierboven weggelaten deel luidt: ‘en de totale jaaromzet hadden opgekrikt’. De nevenschikking van een enkelvoudig onderwerp (‘de E.L. James-euforie’) en een meervoudig lijdend voorwerp (‘een paar miljoen nieuwe klanten’) lijkt me rijp voor een taalkundige evaluatie doorgood old J.L. Heldring.

Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Letteren en cijfers (2)

  1. Anoniem schreef:

    Eens!
    Beide door u bekritiseerde constructies en alle door u genoemde formuleringen zijn te wijten aan de eindredactie en stonden niet in mijn oorspronkelijke kopij.
    Binnenkort publiceer ik die op mijn website http://www.mariavlaar.com
    Kritiek is dan meer dan welkom,
    vriendelijke groet, Maria Vlaar

Reacties zijn gesloten.