Klankencyclopedie van het Nederlands (25): [x]

[x] De [x] lijkt veel op de [ɣ]; de manier waarop hij gemaakt wordt, beschrijf ik in het lemma over die laatste klank.

Ik heb eens een internationale groep taalkundigen tot wanhoop gebracht door de woorden gras, gas, ras achter elkaar te zeggen.
Ze wilden niet geloven dat ik drie verschillende woorden achter elkaar zei. Nu behoor ik tot de sprekers die de [r], in ieder geval voor een klinker, met een kleine trilling achter in de mond maken; voor het ongetrainde oor klinkt dat heel dicht bij elkaar. En iedereen die geen Nederlands spreekt, heeft een ongetraind oor.

Ook voor sprekers van het Nederlands is er trouwens iets bijzonders met die twee klanken. Dat blijkt uit woorden als schrijven. Die worden doorgaans niet uitgesproken als [sxrɛivə], maar als [srɛivə]. Aan de andere kant hebben we geen woorden die met sr geschreven worden (behalve een enkel leenwoord zoals Sranan).

Dat is op de keper beschouwd allebei gek. Na de twee wrijfklanken [sf] kun je geen r of l hebben (fruit en fluit bestaan wel, maar sfruit en sfluit niet), na de twee wrijfklanken [sx] kun je geen l hebben (chloor bestaat wel, maar schloor niet); waarom kun je dan na [sx] we een r hebben?

Aan de andere kant kun je na de enkele wrijfklank f zowel een r als een l hebben (ik noemde fluit en fruit al), dus waarom zou je na een s alleen een l kunnen hebben (sluit wel maar sruit niet)?

Het antwoord op beide vragen is: de spelling en de geschiedenis (‘schrijven komt van het Latijnse scrivere‘) geven ons onjuiste informatie over het klanksysteem van het Nederlands. Schrijf en schraap zijn eigenlijk srijf en sraap. Woorden met schr kunnen net zo min als woorden met schl; woorden met sr kunnen net zo makkelijk als woorden met sl.

Ik houd op een aparte pagina bij welke klanken ik inmiddels behandeld heb in de Klankencyclopedie.