Klankencyclopedie van het Nederlands (21): [ɪ]

[ɪ] De [ɪ], de klinker van pit, maak je door de voorkant van je tong licht op te tillen. Dat moet heel nauwkeurig gemikt worden: de klinker moet iets hoger dan voor de [e] (ee) en iets minder hoog dan voor de [i] (ie).

De ee en de ie zijn allebei zogenoemde lange klinkers, terwijl de [ɪ] kort is. Nu rijst de belangrijke vraag: is de [ɪ] een korte versie van de ee of van de ie. De spelling suggereert: dat laatste. Maar de spelling is natuurlijk in dit soort zaken niet per se een goede raadgever.

Er zijn allerlei redenen om de [ɪ] juist als een korte ee te zien. Zo zijn er bepaalde zelfstandignaamwoorden waarin een korte klinker in het enkelvoud correspondeert met een lange klinker in het meervoud:

dak – daken
slot – sloten
gat – gaten
motor – motoren

In zulke woorden correspondeert een korte [ɪ] altijd met een [e], nooit met een [i]:

schip – schepen

Ook de korte [ɛ] correspondeert met een lange [e], want die laatste ligt nu eenmaal tussen [ɪ] en [ɛ] in. (De [e] telt dus als een lange [ɪ] én als een lange [ɛ].)

Nog een argument: voor een [r] verandert een [o] in een soort langgerekte [ɔ] (boor), de [ø] in een langgerekte [ʏ] (deur). De [e] verandert er in een lange [ɪ] (beer). De [i] verandert anderzijds niet in een lange [ɪ] maar in een lange ie (de klinker in bier is langer dan die in biet).

Heel sterk zijn deze argumenten om de [ɪ] als een lange [e] te beschouwen misschien niet. Maar ze zijn sterker dan de alternatieven. En misschien maakt het ook niet zoveel uit.

Ik houd op een aparte pagina bij welke klanken ik inmiddels behandeld heb in de Klankencyclopedie.