Wedstrijd: keiharde en gloednieuwe taalregels

De taalcolumnist Allan Metcalf van The Chronicle of Higher Education had vorige week een briljant idee: hij schreef een wedstrijd uit voor nieuwe taalregels. De voorwaarden waren: dat de regel er betrouwbaar en gedegen uit moest zien, en dat hij gloednieuw moest zijn.

De winnaar was een zekere Ran die met een ingenieuze, inderdaad heel plausibel klinkende regel kwam die because verbood in combinatie met zinnen in de toekomende tijd, omdat je dingen die (nog) niet waar zijn logischerwijs geen reden kunnen vormen. Het is dus, vertaald naar het Nederlands, onjuist om te zeggen Ik ga naar Florida omdat mijn vriend gaat trouwen; dat huwelijk is immers (nog) geen feit. In plaats daarvan moet je zeggen Ik ga naar Florida vanwege het huwelijk van mijn vriend. (De regel klinkt zo plausibel dat taalblogger Geoffrey Pullum meteen waarschuwde dat mensen hem misschien voortaan echt gaan gebruiken.)

Dat smaakt naar meer!
Vooral verbindingswoorden als omdat lenen zich natuurlijk voor dit soort regels, omdat ze logica suggereren. De regel van Ran is er een voorbeeld van; in de Nederlandse literatuur bestaat het voorbeeld van de schrijver J.J. Peereboom, die geloofde dat het woord maar alleen twee elementen mocht verbinden die elkaars tegengestelde waren. Je mocht dus niet zeggen klein maar dapper omdat je best klein én dapper kunt zijn; je mocht alleen zeggen klein maar groot.


In het verlengde van de regel van Ran zou je bijvoorbeeld het volgende advies kunnen bedenken:

Aangezien mag alleen gebruikt worden wanneer de spreker rechtstreekse ervaring heeft met hetgeen als argument wordt aangevoerd. De zin Aangezien het in het Amazonegebied vaak regent, ga ik daar liever niet heen moet dan ook worden afgekeurd: de spreker weet dit duidelijk niet uit eigen ervaring. Beter is het om te zeggen Aangezien men mij heeft verteld dat het… enz. Volgens heel strenge taalgebruikers mag aangezien zelfs alleen worden gebruikt wanneer de ervaring visueel is; zij zouden dus ook de tweede zin afkeuren, maar de meeste bronnen staan het inmiddels wel toe dat men aangezien gebruikt voor dingen die men heeft gehoord.

Maar het is niet moeilijk om ook over andere aspecten van de taal keiharde en gloednieuwe regels te formuleren. Onze Taal heeft er een aantal jaar geleden wat voorbeelden van gegeven (‘r is een vrouwelijke letter’). Hier komt er, fris van de lever, nog een:

Aangezien eerlijk gezegd commentaar geeft op hetgeen de spreker zegt, dient het aan het einde van de zin te staan. Ik heb daar eerlijk gezegd geen zin in wordt door de meeste naslagwerken afgekeurd omdat het berust op een denkfout: het zegt immers dat alleen het (non-)zinsdeel ‘Ik heb daar’ eerlijk gezegd is. Bedoeld wordt duidelijk: Ik heb daar geen zin in, eerlijk gezegd. (Om eerlijk te zijn dient daarentegen juist aan het begin van de zin te staan: Om eerlijk te zijn heb ik daar geen zin in, niet Ik heb daar om eerlijk te zijn geen zin in.)

De werkgelegenheid van taalwetenschappers zou er natuurlijk enorm op vooruitgaan als we mensen ervan weten te overtuigen dat wij niet langer bezig zijn om steeds maar alles goed te keuren, maar dat we ons er juist voor ijveren om steeds meer af te keuren!

Het moet nog beter kunnen. Ik stel hier en nu en ter plekke de Taalregel-prijs 2012 in. Wie verrijkt onze taal met een streng nieuw gebod of verbod? Dezelfde voorwaarden gelden als bij Metcalf: de regel moet gloednieuw zijn, maar heel betrouwbaar klinken. Hij moet gaan over het Nederlands en hij moet taalgebruikers ineens heel onzeker maken. Bovendien dient elke regel geïllustreerd te worden met een foute zin en een verbeterde versie. Inzendingen dienen voor zondag 21 oktober 2012 te worden verstuurd naar redactie.nederl@gmail.com, of hieronder in het reactiepaneel geplaatst. De beste nieuwe regel krijgt een exemplaar van het prachtige nieuwe boek Dat is andere taal.