Klankencyclopedie van het Nederlands (15): [s]

[s] De [s] maak je door het puntje van je tong op te tillen, bijnal alsof je een [t] maakt – alleen raakt dat puntje het verhemelte net niet precies aan. De lucht die je uit je longen naar buiten perst, begint daardoor te suizen en te wervelen – dat is het geluid van de [s].

Van alle medeklinkers is de [s] waarschijnlijkst het flexibelst.
Welke woorden beginnen met drie medeklinkers? Niet chroom zeggen, want dat begint in de spelling wel met drie medeklinkers, maar in de uitspraak niet. Alle antwoorden die er dan overblijven, beginnen met een [s]: straat, splijt, spraak, enzovoort. Zoiets geldt ook voor het eind van het woord: als een woord op meer dan twee medeklinkers eindigt, is de laatste een [s] of zijn broertje, de [t]: herfst is een bekend voorbeeld. Zelfs middenin een woord geldt zoiets: staan er vier of meer medeklinkers naast elkaar, dan staat ergens in het midden een [s] (ekstra).

Die flexibiliteit van de [s] heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de klank vrij eenvoudig te maken is: het puntje van je tong optillen is wel zo’n beetje het allersimpelste wat je kan doen. Daarnaast is de s-klank ook nog eens heel doordringend: het gewervel voor in de mond geeft een hoog sissend geluid. Vandaar dat het in een lawaaiige ruimte zin heeft om sssssst! te roepen: dat komt relatief eenvoudig over het achtergrondgeruis heen.

Maar ook het feit dat de s makkelijk aan een groep medeklinkers kan worden toegevoegd, kun je zo begrijpen. De meeste medeklinkers moeten eigenlijk naast een klinker staan om goed gehoord te kunnen worden (het verschil tussen ka en ta hoor je eigenlijk vooral in de a-klank). Dat geldt niet voor de s, die overal van zichzelf zo al doorheen sist.