Dom genoeg

Hoe maak je bijwoorden in het Nederlands? Meestal kun je domweg het bijvoeglijk naamwoord nemen (ik schrijf langzaam) waar je in andere talen een achtervoegsel moet gebruiken (I write slowly, Scrivo lentamente).  Toch hebben we wel een paar van die achtervoegsels: -erwijs (ongelukkigerwijs) bijvoorbeeld, en –elings (blindelings), –elijk (recentelijk) en –weg (simpelweg).

Ariane Diepeveen schrijft erover in haar recente proefschrift, waarin ze een heel gedegen en lezenswaardig overzicht geeft van de geschiedenis van de verschillende achtervoegsels, van hun moderne gebruiksmogelijkheden en dergelijke.

Ze gaat niet heel diep in op mijn favoriet.
Althans, ze noemt genoeg (gek genoeg) wel een paar keer, maar ze lijkt het toch niet als een achtervoegsel te beschouwen – misschien omdat het niet aan het bijvoeglijk naamwoord vast geschreven wordt. Maar je zou kunnen zeggen: dat is toch echt alleen een oude spellingconventie – er is verder geen verschil met pakweg –weg:

– Hij kan niet dom praten. 

– Hij kan domweg niet praten. 

– Hij kan domgenoeg niet praten.

De drie zinnen betekenen alle drie net iets anders. In het eerste geval bepaalt dom duidelijk alleen maar het praten: hij beschikt niet over een bepaalde vaardigheid en dat is ‘dom praten’. In de tweede zin heeft domweg weinig meer met dom te maken; het betekent hier zoiets als gewoon en wat er dan ‘gewoon’ is, is dat hij niet praten kan.

In de derde zin geeft dom genoeg een oordeel van de spreker over de hele zin. Hij kan niet praten en ik vind het dom dat hij niet kan praten. Ik vind dat mooi omdat het laat zien hoeveel lagen van betekenis een zin kan hebben. Aan de ene kant doe je een feitelijke mededeling over de stand van zaken in de wereld: hij kan niet praten. Maar door dat dom genoeg voeg je er een andere dimensie aan toe: die van jouzelf als spreker en oordelaar over de wereld.

Het gaat niet alleen om dat achtervoegsel. Als je dom genoeg niet zet, verandert de betekenis drastisch:

Hij kan niet dom genoeg praten.

Nu gaat het ineens weer niet over mijn persoonlijke oordeel, maar om de vaardigheid die hij heeft: hij kan wel praten, maar niet dom genoeg. (Hier lijkt genoeg me eigenlijk geen achtervoegsel.) Dat klopt ook: bijwoorden die een oordeel geven staan in dit soort zinnen meestal voor niet:

– Hij kan helaas niet praten.
– Hij kan gelukkig niet praten.
– Hij kan niet helaas praten. [uitgesloten]
Hij kan niet gelukkig praten.

Helaas kan alleen maar gebruikt worden om als spreker een oordeel uit te drukken. Daarom kan het niet gebruikt worden na niet. Het woord gelukkig kan aan de andere kant weer in twee betekenissen gebruikt worden. In de zin met gelukkig niet is de spreker blij met het genoemde feit. In de zin met niet gelukkig gaat het weer om de manier waarop het onderwerp van de zin praten kan.